zet StripSter bij je favorieten  zet StripSter bij je favorieten  --> Artikelen

28 mei 2012



Santiago Martín in gesprek met Michael Minneboo

Naam:Michael Minneboo
Woonplaats:www.michaelminneboo.nl
Geboren:Hoorn, 1977
Horoscoop:doe ik niet aan
Opleiding:Audiovisuele media aan de HKU en Filmwetenschap aan de UvA
Beroep:(strip)journalist
Strips:Een top drie beste strips heb ik niet, dus die was ik niet vergeten. Het medium vind ik veel te rijk om drie allerbeste strips te noemen.
Muziek:
Films:De drie beste films aller tijden kan ik je niet geven. Ik ben ooit begonnen met een Film A-Z op mijn blog, maar kwam al snel uit op iets van vijf films per letter. Even houdend op stripverfilmingen, dan noem ik graag Ghost World, Spider-Man 2, X-Men 2 en The Dark Knight. Ook de eerste Iron Man vond ik erg vermakelijk. Het zijn allemaal interessante en boeiende vertalingen van stripverhalen naar het witte doek. Vaak met de nodige aanpassingen, dat wel, maar dat heb je nu eenmaal als je een verhaal van het ene medium in het andere bewerkt.


Stan Lee en Spider-Man


 


foto: Roos Manintveld


Minck Oosterveer


 


Stripdagen Houten


 


Tonio van Vugt door Michiel van de Pol


presentatie Filmfanfare - foto: Rolf & Nicole Kruger


 


 


 

Na de middelbare school vertrok je naar de Verenigde Staten en volgde de opleiding scenarioschrijven aan de Film Arts Foundation in San Francisco? Waarom die grote stap als 18-jarige scholier/puber? Hoe lang heb je door de Verenigde Staten gereisd? Kun je iets over deze ervaringen vertellen: anecdotes...
Ik ben naar Amerika verhuisd om te ontdekken hoe dat land in werkelijkheid was. Al mijn hele leven zag ik films, tv-series en las ik strips over Amerika. Ik was erg nieuwsgierig. Nadat ik de middelbare school had doorlopen, leek het me een mooi moment om dat land eens te ontdekken. Ik heb toen een tijd in Berkeley gewoond, vlakbij San Francisco. Ik heb gereisd naar Hollywood, Washington DC, New York en Boston.
Een paar jaar geleden ben ik weer naar New York gegaan, wat ik een van de meest boeiende steden in de wereld vind. Toen ben ik op locaties geweest uit Spider-Man strips. Een erg boeiende ervaring, vooral omdat veel locaties goed terug te vinden zijn in de werkelijke wereld. De grens tussen feit en fictie heeft me altijd gefascineerd. Ik ben bij het huis van tante May geweest waar Peter Parker opgroeide en ontmoette daar ook ene Mr. Parker. Een chagrijnige vijftiger die het maar niets vond dat ik een foto van zijn huis wilde maken. Ha!Ha!


Komt Noord-Amerika in werkelijkheid overeen met het land wat op films e.d. wordt gepresenteerd?
Dat zou je aan Maarten van Rossem moeten vragen. Ik heb weliswaar in Californie gewoond, maar dat ene jaar is te weinig om daar een goed oordeel over te vellen, vind ik.


Je studeerde af met een scriptie over stripverfilmingen. Welke strips/films komen in je scriptie aan bod en wat waren/zijn je belangrijkste conclusies?
Ik ben in 2003 afgestudeerd. Dat was aan het begin van de superheldenfilmhype waar we nu nog middenin zitten. Casestudies waren Batman (Tim Burton, 1989), Spider-Man (Sam Raimi, 2002) en Hulk (Ang Lee, 2003). Ik heb gekeken naar hoe je dit soort fantastische verhalen geloofwaardig naar het witte doek vertaalt, wat je daarvoor moet aanpassen en wat niet. Ik heb over die conclusies indertijd een stuk geschreven voor Myx stripmagazine. Al moest dat allemaal zo simpel mogelijk opgeschreven worden toen. Daarin schreef ik zoiets als "Bij stripverfilmingen moet er altijd een goede balans gevonden worden tussen realisme en larger than life-esthetiek. Aan de ene kant moeten de filmmakers het bronmateriaal serieus nemen en ervoor zorgen dat de strippersonages mensen van vlees en bloed worden; aan de andere kant moet er ook iets te lachen blijven. Deze uitersten zijn bij een geslaagde stripverfilming op de juiste manier gemixt."
Ik vind het belangrijk dat filmmakers respect hebben voor het bronmateriaal, maar ze hoeven dit niet slaafs te volgen. Je moet een vertaling maken naar film die werkt voor het medium. De casting is belangrijk: ik denk dat Andrew Garfield goed gecast is als Peter Parker bijvoorbeeld. En Robert Downey Jr. is een schot in de roos als Tony Stark: hij geeft Stark flair en bravoure, zonder dat het personage ongeloofwaardig is. Neem de eerste scène in X-Men waarin we Hugh Jackman als Wolverine zien bijvoorbeeld. Hoe het personage wordt geïntroduceerd, hoe Jackman eruit ziet en hoe hij Logan neerzet: fantastisch! Dat geeft meteen aan dat Bryan Singer het materiaal snapt. Waar het bijvoorbeeld mis ging is Spider-Man 3 waarbij Raimi het verhaal te veel in het belachelijke liet doorslaan. Waar superhelden-verfilmingen van voor X-Men vaak de plank missloegen, waren slechte specialeffects. Om dat soort verhalen geloofwaardig in beeld te brengen moet je niet zien dat Peter Parker aan een draadje hangt, zoals in de televisieserie uit de jaren zeventig het geval is.


Maar stripververlimingen zijn over het algemeen belachelijk. Kijk maar naar Asterix, Kuifje, The Flinstones... Of heb ik het mis?
De superheldenstripverfilmingen vind ik erg goed. De Asterix-films zien er fantastisch uit, maar zijn vaak wat flauw. Vooral bij de casting van Asterix slaan ze de plank mis, Gerard Depardieu vind ik wel heel goed als Obelix. En hoe wil je iets als The Flintstones serieus brengen?


Kun je iets over je ontwikkeling als (strip)lezer/criticus vertellen?
Ik heb filmwetenschap gestudeerd aan de UvA en daar heb ik als criticus veel aan gehad. Films analyseren is bijna hetzelfde als strips analyseren. Deze twee media zijn erg aan elkaar verwant. Ik ben mijn hele leven al striplezer dus toen ik besloot om me als journalist te specialiseren, was de keuze snel gemaakt.
Ik lees veel van wat er uit komt. Nu komt er natuurlijk heel veel uit en je kunt niet alles bijhouden. Omdat ik voor media schrijf die eisen dat een stuk tot op zekere hoogte actualiteitswaarde moet hebben, ben ik veel bezig met wat er nu uit komt. Daar gaan de meeste artikelen over.
Verder heb ik een aardige stripverzameling die gestaag groeit. Ik lees ook boeken en blogs over strips. Mijn ambitie is om een van de beste stripjournalisten van Nederland te worden.


Zijn Nederlandse stripjournalisten vrienden of vijanden onder elkaar?
Echte stripjournalisten, dus journalisten die gespecialiseerd zijn in strips, zijn er maar weinig. Er zijn ook niet zo heel veel plekken om professioneel over strips te publiceren. Het grote probleem is meer dat veel kranten en tijdschriften denken dat de boekenrecensent er ook wel een stripje bij kan doen en dat is natuurlijk onzinnig. Je moet mij als striprecensent ook geen toneelstuk laten recenseren. Niet mijn vakgebied, net zo min dat Arie Storm, om maar een bekende naam te noemen, het gereedschap in huis heeft om een graphic novel te beoordelen. Die mensen missen achtergrondkennis over strips en denken te vaak alleen in tekst. Overigens ervaar ik mijn mede stirpjournalisten niet als vijanden, dat zou een ongezonde houding zijn. Het is natuurlijk wel zo dat als Joost Pollmann een stuk heeft gepubliceerd in de Volkskrant er minder ruimte is voor een artikel van mijn hand.


Kun je een paar 'juweeltjes' uit je stripverzameling presenteren?
Ik heb inderdaad aardig wat juweeltjes staan, de waarde ervan is vaak nostalgisch. Zoals mijn verzameling Spider-Man comics. Ik volg de verhalen van Peter Parker al sinds mijn zevende jaar of zo en nog steeds koop ik elke trade Amazing Spider-man die er uitkomt. Die Spider-man-verzameling bevat veel uitgaven van JuniorPress, de uitgeverij die de comics jarenlang in Nederland uitgaf. Dat waren de eerste Spidey-strips waar ik mee in aanraking kwam. Veel van de verhalen die ik als eerste las, Spectaculaire Spider-Man 30 t/m 75 zo'n beetje, staan nog steeds als een huis omdat ze door goede stripmakers gemaakt zijn. Tegenwoordig lees ik Amerikaanse uitgaven en heb ik Amazing bijna compleet. Fantastisch dat je tegenwoordig mooie herdrukken kunt kopen van de allereerste verhalen van Stan Lee en Steve Ditko. Recent heb ik met veel plezier een lezing over Spidey mogen geven op het Imagine filmfestival, dan komt er toch een droom uit.
Ik heb verder weinig eerste drukken staan van stripalbums. Maar daar gaat het me ook niet om, strips moeten gelezen worden, die moet je niet een kluis moeten bewaren omdat iedere keer als je het album openslaat de waarde ervan daalt. Het leuke aan mijn werk vind ik dat ik een persoonlijke band krijg met de strips die ik behandel. Als ik het werk van Craig Thompson lees om me voor te bereiden voor een interview, krijgen zijn boeken een andere waarde. Zo heeft een album van Nicky Saxx, hoewel lelijk, want te groot, uitgegeven, een bijzondere waarde voor mij omdat Minck vorig jaar is overleden en ik hem daarvoor twee keer uitvoerig heb gesproken. Die strips zijn geen gewone boeken in een kast meer, dat zijn stukjes van je eigen geschiedenis. Nou ja, dat klinkt ook weer een beetje hoogdragend natuurlijk.
Strips die me ook bijblijven zijn boeken die ik van anderen heb gekregen en die me geraakt hebben of strips die mij hebben uitgekozen. Dat je in de winkel staat en je oog valt op een cover of een titel en dat is precies de strip voor jou op dat moment, omdat het verhaal je iets nieuws over de wereld vertelt of omdat het verhaal je iets over jezelf vertelt. Recent las ik Daytripper van Fabio Moon en Gabriel Ba, fantastisch! Op de boekenbeurs in Antwerpen had ik wat tijd te doden voordat ik Thompson zou spreken en kwam ik een uitgave van Brooklyn Dreams tegen. Ook een prachtige strip.


Teken je ook strips?
Nee, ik teken zelf geen strips. Daarvoor ken ik te veel goede tekenaars.


Hoe sta je in de stripwereld?
Beroepsmatig sta ik zo breed mogelijk in de stripwereld. Ik probeer over alles te schrijven wat ik interessant vind, al wordt mijn agenda vaak bepaalt door de 'waan van de dag'. Dat wil zeggen: welke boeken er op dat moment uitkomen en waar mijn opdrachtgevers in geïnteresseerd zijn. Persoonlijk hou ik zowel van het zwaardere werk, als licht entertainment. Ik lees dus graag iets als Toen David zijn stem verloor als de nieuwe Spider-Man.
Ik kom al jaren op stripbeurzen. Vroeger bezocht ik bijna alles, maar tegenwoordig maak ik steeds meer een keuze. Lang niet iedere beurs is voor mij interessant namelijk. Je ziet vaak dezelfde koppen, hoort dezelfde verhaaltjes. Op een gegeven moment ken je dat wel.


Welke stripbeurzen zijn voor jou nu interessant geworden en waarom?
Voor mij worden stripbeurzen in Nederland steeds minder interessant. In het begin nog wel, toen ik een netwerk aan het opbouwen was en ik op stripbeurzen ook nieuws vergaarde. Tegenwoordig heb ik direct contact met stripmakers en uitgevers. Stripbeurzen worden inhoudelijk ook steeds minder interessant. Kleine beurzen sla ik tegenwoordig al over. De leukste beurzen vind ik op dit moment de Stripdagen Haarlem vanwege de diversiteit en het feit dat het in Haarlem is - leuke stad, leuk publiek, leuke stripmakers. Een andere goede en leuke beurs vind ik Strip Turnhout. Goede organisatie, vaak buitenlandse gasten en boeiende expo's. Ik ga daar altijd heen met een stel stripmakers waar ik al jaren mee bevriend ben dus dat is altijd leuk.


Strip, comic, beeldverhaal, BD of Graphic Novel: Verschillende namen voor hetzelfde beestje of toch niet?
In wezen zijn het allemaal termen voor hetzelfde, namelijk strips. Maar er bestaan wel nuanceverschillen tussen deze termen. Er is wel een onderscheid te maken tussen graphic novels en strips, bijvoorbeeld. Met graphic novels worden toch de wat meer serieuze beeldverhalen bedoeld, vaak met een persoonlijke insteek, die ook met wat meer, tja, laten we het ambitie noemen, worden gemaakt. Daarmee spreek ik overigens geen waardeoordeel uit: het een staat niet boven het andere. Graphic novels zijn niet per definitie betere beeldverhalen dan mainstream strips. Sommige mensen denken wel eens dat als je veel over graphic novels schrijft, dat je mainstream strips dan maar niets vindt. Maar dat is onzin. Ik vind het erg fijn dat de markt een divers aanbod biedt. Overigens is de term graphic novel nu wel erg populair. Veel uitgevers springen op die trein in de hoop hun waar aan de man te brengen. Er wordt soms ook behoorlijke bagger uitgegeven dat het stempel graphic novel draagt.


Hebben online strips de toekomst?
Ik denk dat apparaten als de ipad en mobiel strips kunnen lezen ervoor kunnen zorgen dat het beeldverhaal toegankelijker is voor een groter publiek. Dat juich ik toe. Hoe meer lezers, hoe meer vreugd. Ook bieden dergelijke zaken de mogelijkheid tot andere vertelvormen.


Hoe gaat het met het Nederlands stripklimaat?
Dat is een lastige vraag om zo maar te beantwoorden. Er is de laatste jaren meer aandacht voor de strip in de media, dat is goed lijkt me. Recent waren er 8 afleveringen Beeldverhaal op televisie bij de VPRO. Erg leuk om een enthousiaste Jean-Marc van Tol door de stripwereld te zien reizen.
We hebben 2½ jaar een stripintendant gehad die allerlei projecten heeft opgestart om strips onder de aandacht te brengen. Sommige projecten zijn wat mij betreft beter geslaagd dan het andere. Dankzij Gert Jan hebben wat meer stripmakers het subsidiepotje van BKVB gevonden waardoor ze tijd hadden om aan hun albums te werken.
Ik vind het ook heel positief dat er zoiets is als een BNS en dat deze organisatie steeds meer van zich laat horen. Ik denk dat er nog wel een grote inhaalslag gemaakt moet worden als het gaat om de professionalisering van de stripmakers. Die moeten zich meer als ondernemers gaan opstellen om hun brood te verdienen.
Wat ik ook positief vind is dat de Eppo alweer een paar jaar bestaat. Daar wordt ook een specifiek lezerspubliek mee bediend.
Dat betekent overigens niet dat het allemaal rozengeur en maneschijn is wat de Nederlandse stripwereld betreft. Stripspeciaalzaken hebben het zwaar, evenals reguliere boekwinkels waar soms ook een aardige stripafdeling is, zoals Selexyz in Amsterdam. De distributie van strips is nog steeds een probleem door de lage oplagen van de albums en de relatief hoge kosten van de distributie. Het is daarom terecht dat er de laatste tijd aandacht voor is. Dat zowel het Stripschap als Lambiek Ron Poland recent een prijs gaven voor zijn harde werk als distributeur is een teken aan de wand dat dit probleem eens op de agenda moet komen.
Ook is het jammer dat bepaalde initiatieven niet de tijd krijgen om zich te ontplooien. Van Eisner kwamen maar vijf nummers uit bijvoorbeeld. Ook ZozoLala is verdwenen. Dat geeft maar aan dat de stripmarkt een moeilijke is.


En toch heeft voormalig stripintendant Gert-Jan Pos veel kritiek op zijn werk en houding gekregen. Hierbij enkele opmerkingen die op het Forum op StripSter aanwezig waren. Hoe denk jij erover? Hij had bijvoorbeeld zich minder moeten "concentreren op stripmakers die al heeeeel lang stripsmaken" (Johan de Neef). "Er is nog steeds weinig aanbod aan strips in de winkels" (Eric Hebben). "Gert-Jan Pos had zoeits als een FACTS.NL op poten moeten zetten" (Gerben den Heeten).
Natuurlijk krijg iemand als Gert Jan veel commentaar, iedereen die zo'n positie bekleedt krijgt dat. En hij heeft hier en daar ook wat steekjes laten vallen, maar ook veel goede dingen gedaan. Het is naief om te denken dat een intendant in twee jaar wel even alle problemen van de Nederlandse strip oplost. Belangrijker vind ik dat iemand met het hart op de goede plek zich heeft ingezet voor de strip. Natuurlijk mag je wel kritisch kijken naar de projecten die hij heeft opgezet of waar hij bij betrokken was, vooral omdat er overheidsgeld mee gemoeid is. Openheid van zaken mag geeist worden.
Had hij meer aan het distributieprobleem moeten doen? Jazeker! Dus ik ben het wel eens met die stelling dat we weinig strips in de reguliere winkel tegenkomen, al is dat ook weer afhankelijk van waar je shopt.
Is na Mooi is dat! zo'n boek als Filmfanfare een beetje teveel van hetzelfde? Dat vind ik wel, maar het leverde wel weer aandacht voor de strip op. Al moet je je afvragen of je strips alleen onder de aandacht wil brengen als medium dat geschikt is om verhalen uit andere media te adapteren. Ik ben het trouwens met de stelling dat hij zich alleen heeft geconcentreerd op oude rotten niet juist: je ziet dat Gert Jan ook veel is bezig geweest met jong talent. En de Kunststripbeurs blijkt toch iedere keer een succes te zijn.
Jammer dat niet een ander het stokje na Gert Jan mocht overnemen. Dan hadden we weer andere invalshoeken gekregen om het medium mee te benaderen. Iedereen heeft immers zo zijn stokpaardjes. De strip in Nederland kan nog steeds hulp gebruiken.


Hoe zie jij in de praktijk dat een striptekenaar "zich meer als een ondernemer moet gaan opstellen om zijn brood te verdienen". Welke stappen moet hij hierbij zetten?
Dat is een nogal uitgebreide vraag, maar belangrijk is dat je als stripmaker moet beseffen dat je je professioneel moet opstellen en dat je door het maken van strips geen dikke boterham verdient. Dat geldt in ieder geval voor de meesten. Je kunt niet van de albumverkoop leven, er zijn maar weinig plekken waar je je strips kwijt kunt. Neem Erik Kriek, die net een prachtig boek over Lovecraft heeft gemaakt. Hoeveel talent Erik ook heeft als stripmaker, hij verdient zijn geld met het maken van illustraties. Ook komt het niet vanzelf aanwaaien, je zult net als iedere freelancer de boer op moeten gaan. Een portfolio samenstellen, jezelf presenteren. Een goede website beheren, je werk onder de aandacht brengen en zorgen dat je opvalt. Dat soort dingen.


Het blad EPPO heeft naar mijn mening een groot 'incrowd-gehalte'. Ben je het daarmee eens? Je zegt het zelf ook: "Met Eppo wordt een specifiek lezerspubliek mee bediend." Bovendien zijn het denk ik altijd dezelfde mensen en nieuw talent komt daar moeilijk aan de bak.
Eens, EPPO heeft een hoog incrowd gehalte. Met specifiek lezerspubliek bedoel ik de doelgroep van het blad: de dertiger en veertiger die uit nostalgie het blad leest omdat ze vroeger ook de Eppo lazen. Daarom staat het blad ook vol met klassiekers als Franka en Storm, maar gelukkig ook met nieuw werk als Game over, Esther Verkest en Elsje. Het is een beetje dezelfde soort lezer als de bezoekers van de Stripschapbeurs. Dat zijn Old School stripliefhebbers. Ik vind de keuze voor de strips wat behoudend. Ik zou graag zien dat ze meer experimenten zouden plaatsen, gewoon omdat er nog zo veel meer is in de wereld dan Franka en Agent 327. Daarmee wil ik niet zeggen dat dat slechte strips zijn, ze horen fundamenteel bij de Nederlandse stripcultuur, maar wel dat deze cultuur rijker is dan de usual suspects. Maar goed, ik ben dan ook niet de doelgroep van het blad.


Waar ben je momenteel mee bezig?
Ik ben op dit moment bezig met een interview met Erik Kriek voor de VPRO gids. Ik ben een paar strips aan het lezen die ik nog moet recenseren en ik ben een aantal artikelen aan het voorbereiden.


Wat doe je als je niet aan het schrijven over strips bezig bent?
Ik blog heel veel. Ook over strips overigens, maar ook over het bloggen zelf, films en andere zaken. Ik maak daar ook video's voor. Ik werk daarnaast parttime voor de VARA, waar ik interviews doe, websites bestier en video's maak. Soms geef ik les of een lezing.


En tot slot: Wat betekent StripSter voor je?
Ik weet niet meer precies hoe ik StripSter ontdekte. Ik lees vooral de nieuwsberichten op de site en kom bijna nooit op fora. Niet die van StripSter, maar ook de fora op andere sites laat ik links liggen. Ik denk dat ze een goede plek kunnen zijn voor mensen om meningen uit te wisselen, maar ik hoef van al die meningen niet op de hoogte te zijn. Ik voer veel gesprekken met mensen via Twitter en mijn blog. Soms ook per Facebook.


www.michaelminneboo.nl


© 2012
Santiago Martín / StripSter
2012-05-28
http://www.stripster.net/?/scripts/n_interviews.php?id=43&titel=interview met Michael Minneboo