--> index Nieuws

Nieuws 15 oktober 2011


Het einde van ZozoLala – Dertig jaar Nederlandse stripgeschiedenis

Door Robin Schouten

Na 30 jaar is er een einde gekomen aan het Nederlandse stripinformatieblad ZozoLala, het blad voor de stripfijnproevers. Blijkbaar worden er niet meer voldoende exemplaren door de stripwinkels afgenomen om het blad nog te laten voortbestaan. Toch is het jarenlang van grote waarde geweest voor enorm veel stripliefhebbers én tekenaars. Zelf ontdekte ik ZozoLala eind jaren tachtig, nummer 39 met op de cover Samber van Yslaire. De undergroundachtige sfeer sprak me direct aan. Dat het blad in zwart-wit verscheen, ongemeen kritisch kon zijn in recensies en interessante artikelen publiceerde over minder bekende stripauteurs vond en vind ik iets oorspronkelijks hebben. Dat was voor mij ook het grootste verschil met tegenhanger Stripschrift, die zich meer richt op de commerciële strip.

Toch heeft ZozoLala in haar beleid om niet aan vriendjespolitiek te doen, en zelfs Dick Matena niet te sparen bij een recensie van zijn boek De laatste dagen van E.A. Poe in mijn ogen een onvergefelijke blunder gemaakt. Want Dick was toen speciaal voor ZozoLala een A. den Dooier strip aan het tekenen, Dorp in de rivier (8 pagina’s verschenen in nrs. 38 t/m 41). Daar hield hij mee op na die niet zo leuke recensie. Maar dat is alweer 23 jaar geleden.

ZozoLala heeft altijd ontzettend veel aandacht besteed aan de small press strip in Nederland en Vlaanderen. Toen ik in 1993 begon met het uitgeven van stripmagazine Incognito was ZozoLala er als de kippen bij om er over te schrijven. Striptalenten werden nog eens extra in de schijnwerpers gezet door de rubriek Acacialaan, waarin een small press tekenaar werd geïntroduceerd en een speciale strippagina mocht maken. Het heeft er allemaal toe bijgedragen dat grote striptalenten zoals Mark Hendriks, Michiel de Jong, Lode Devroe en vele anderen zijn doorgebroken. Barbara Stok schreef voor ZozoLala 100 een mooi artikel over amateurstripbladen (Als een speer naar de honderd abonnees) en interviewde voor nummer 88 de Amerikaan Joe Matt (Peep Show). Want ook de autobiografische strip en graphic novel is volop door ZozoLala gepromoot.

Huistekenaar van het blad was toen Vlerk (of Inktvis Prutduktie) die nieuwsberichten opleukte met speciale cartoontjes. Die waren vaak best venijnig, maar leuk. Zelf ben ik ook de ‘klos’ geweest! In ZozoLala 82 uit 1995 werd op mijn voorwoord voor Incognito nr. 7 gereageerd, middels een tekening van een man met pet die ‘incognito’ een deurwaarder helemaal in elkaar had gemept met een opgerold tijdschrift. Ik voelde me zeer vereerd, uiteraard. De vaste strips in ZozoLala heb ik altijd graag gelezen. Bert van der Meij publiceerde De mussen en De pinguïns. De Collectioneur van Marq en Anton was een strip die snedig commentaar gaf op het stripwereldje. Peter de Wit deed vanaf 1999 hetzelfde met zijn erg leuke Redactiestripje. Onlangs verscheen daar een selectie van in album. Het maffe Onomatopeia stripje van RayMan (alias Mark Horemans) zal ik ook gaan missen.

Ooit schreef ik voor ZozoLala 108 een artikel over het einde van mijn blad Incognito en haalde herinneringen op. Twaalf jaar later schrijf ik over het einde van ZozoLala. Een vreemde gewaarwording. Al schijnt het blad op internet een vervolg te krijgen. Krijgen de stripfijnproevers toch nog iets voorgeschoteld. Hou dus de website in de gaten: ZozoLala.


© Robin Schouten
15-10-2011
StripSter
http://www.stripster.eu/?/nieuws/2011/zozolala.htm