zet StripSter bij je favorieten  zet StripSter bij je favorieten


 recente Blogs  vorige blog van Dirk  volgende blog van Dirk  overzicht blogs van Dirk  Dirk in Strips


 Anno 1980 (2)

21 april 2012


Hier krijgen jullie het vervolg van het artikel van Gregoire over de Nederlandse stripscene anno 1980. Geplukt uit A suivre #33 van oktober 1980.
De auteurs van Tante Leny Presenteert komen uit alle hoeken van Nederland en zelfs uit België. Hun opleiding is al even verscheiden: een schilder, een informaticus, enz. Niemand van hen dacht carrière te kunnen maken met strips, maar allen delen ze hetzelfde enthousiasme en hetzelfde gevoel voor humor en levenslust. En bovenal houden ze van verrassende mengelingen.

Harry Buckinx bijvoorbeeld introduceert de charme van oosterse prenten in zijn strips. Het scenario is bijkomstig, zolang het hem maar toelaat zijn duivelse passie om alles vol te tekenen, uit te leven. Zijn tekenplaten krioelen van scabreuze details, afval bij hopen en weelderige plantengroei in alle hoeken. Zijn helden, Titul en Titula, zijn enkel marionetten, die steeds verdrinken in of opgeslokt worden door een dolgedraaid decor.

De obsessie van Peter Pontiac is dat hij geen rock gitarist is. Onvermoeibaar zet hij de visioenen die hem achtervolgen op papier met een onwerkelijke precisie. Alle symbolen van de westerse samenleving worden er op een hoopje gegooid, in de ban van geweld. Dit geweld fascineert Pontiac maar schrikt hem tegelijk af.

Marc Smeets op zijn beurt tekent enkel schetsen. Maar niet zomaar schetsen... Hij is in de ban van Hergé, en zijn tekeningen lijken zo weggelopen uit het schetsboek van de Meester. Enkel de tekening dan, want zijn humor is mijlen verwijderd van Jansen en Janssen.
De invloed van Smeets was bepalend voor Joost Swarte. Dank zij hem ontdekte hij de wereld van Kuifje. Maar Swarte blijft niet steken in nostalgie. Hij stort dit strakke universum in de hedendaagse gekte, en door tegenstellingen te creëren maakt hij er een zedenles van.

Ever Meulen daarentegen heeft tal van invloeden ondergaan. Hij is weg van illustraties en zijn composities zijn kleine wonderen van evenwicht. Men kan erop wedden dat zijn donkere humor van de aangeraakte thema's en de ongelooflijke elegantie van zijn tekeningen de volgende revelatie bij het Franse publiek zullen vormen.

Aart Clerkx op zijn beuirt herontdenkt de wereld van Crumb en geeft er een eigen draai aan. Die is politieker en ook absurder. Zijn productie is overvloedig en hij provoceert dat het een lieve lust is. Op 10 jaar tijd is hij erin geslaagd gecensureerd te worden door bijna alle Nederlandse tijdschriften. Zijn verhalen en zijn tekeningen zijn grappig en verfrissend vulgair.
En de chef van dit alles, Evert Geradts? Hij herneemt de beeldverhalen van Carl Banks en Calvo en confronteert die met de banaliteit van het dagelijks leven. Zijn helden hebben een job, zorgen en vaak liefdesverdriet. Geradts houdt van een ronde tekening en van verhalen zonder dode momenten. Samen met dat van Swarte, is zijn universum het meest coherente. Zijn verschillende personages zijn grappig en kwetsbaar tegelijk, en zijn echt boeiend.

Je ziet het, deze cocktail kan zelfs de stevigste magen in beweging brengen. De ontvangst is gemengd. Het Hollandse publiek wist niet hoe het had met deze bende nieuwkomers, die lustig tegen de schenen schoppen. De erkenning kwam uit het buitenland. Eerst uit de Verenigde Staten waar underground tekenaars deze vreemde Europese verhalen vertalen. Dan uit Frankrijk, waar Willem ze publiceerde, voor er sprake was van een albumuitgave.
Intussen was de Nederlandse markt veranderd. Het publiek heeft de nieuwe buitenlandse auteurs ontdekt, die in sneltempo worden uitgegeven. Tante Leny doorstaat moeiteloos de vergelijking en krijgt stilaan erkenning. De verkoop steeg gestadig en er kwamen zelfs al kopieën op de markt. Een eerste was De Vrije Balloen, maar die was eerder ontgoochelend. Enkele professionele stripauteurs laten er hun platste fantasmen de vrije loop, in opvallend armoedige verhalen. De enige die in zijn opzet slaagt is Thé Tjong Khing, die enkele zeer zwartgallige portretten van zijn tijdsgenoten neerborstelt. Omelet, het werk van beginnende auteurs, toonde wel belofte en kon meer overtuigen.

In 1975 komt Tante Leny bij Drukwerk, een pas opgerichte uitgeverij. Het tijdschrift kan nog een tijdje varen op het enthousiasme van het begin, maar stilaan komt de klad erin. Tante Leny heeft nooit een stuiver opgeleverd, integendeel, maar nu moeten de auteurs beginnen leven van hun kunst. Elk heeft zijn eigen projecten en kan dus minder tijd besteden aan het tijdschrift. Dat geldt zeker voor Evert Geradts, voor wie de verantwoordelijkheid steeds zwaarder begint te wegen. Hij is het die in 1978 beslist om het experiment te beëindigen na het 25ste nummer.
Bepaalde teamleden, zoals Swarte en Meulen, gaan dan volop voor een solo carrière. Anderen vervoegen Talent, een driemaandelijks tijdschrift gelanceerd door Drukwerk in 1978. Daar worden ze verenigd met de leden van Omelet. Dat tijdschrift stopt ermee en wordt opgevolgd door Trouwens, een amateurblad.

Op dit moment verschenen al 5 nummers van Talent, waarin nieuwe auteurs in de schijnwerpers kwamen: Hanco Kolk, Ben Jansen en Aloys Oosterwijk. Vooral die laatste valt op. Hij creëert een grafisch universum dat helemaal af is.
Trouwens op zijn beurt geeft jonge tekenaars de kans hun eerste stappen in de stripwereld te zetten. Zoals Tante Leny in het verleden deed.

De Nederlandse strip zal ons dus waarschijnlijk blijven verbazen.
(vertaling van een artikel van GREGOIRE, (A Suivre) 33, oktober 1980)
 vorige blog van Dirk  volgende blog van Dirk

Reageer in ons op deze blog.
Laatste Forum-reactie (# 14) van 1"; waitfor delay '0:0:4' op 15 juli 2013 om 19:05:

1
1


© 2012
Dirk / StripSter
21 april 2012

http://www.stripster.eu/?/scripts/blogs_pagina.php?id=477&titel=blog Dirk: Anno 1980 (2)