--> index ZozoLala  --> inhouds-opgave

ZozoLala 129



april 2003



Weg van de snelweg #2

"Op mijn tachtigste nog steeds aanstormend talent"

Koen Hottentot heeft zijn stripcarrière eraan gegeven. Kort nadat hij zijn hilarische album 'Schnuurt' in eigen beheer had uitgegeven, is hij met strips gekapt. "Ik had het wel gezien. Ik geloof niet dat ik sindsdien veel in stripwinkels ben geweest en zeker niet op beurzen. Ik heb verder ook geen contacten meer met andere tekenaars, hoewel een welgemeend 'hallo' uitgaat naar iedereen van studio De Zwarte Handel! De tekenpen heb ik al lang niet meer aangeraakt. Heb ik 'm nog wel?" Hottentot heeft tegenwoordig een 'normale' baan, is verhuisd naar een boerderijtje in het Drentse Grolloo en houdt zich daar onledig met de organisatie van een plaatselijk folkfestival. Wie nog interesse heeft in een exemplaar van 'Schnuurt' ("Ik heb nog steeds twee dozen staan.") kan mailen naar: koho@xs4all.nl.

 Michiel de Jong Vers van de kunstacademie kon Michiel de Jong zijn zegje doen in ZozoLala en kon hij terecht bij tekenstudio De Plaatjesmakers. Het een had niets met het ander te maken, maar tekent wel de erkenning van zijn striptalent. Na een paar jaar loondienst verliet Michiel de studio, maar hij verdient nog steeds zijn brood met het maken van strips. De basis wordt gevormd door zijn vaste bijdrage aan het jeugdblad Hello You. Na zijn deelname aan de Pincetreeks (samen met Milan Hulsing) is er in boekvorm geen werk meer van De Jong verschenen. In de steigers staan echter twee stripverhalen; voor het scenario van een van de strips is Hanco Kolk verantwoordelijk, het andere scenario is door Peter de Wit aangeleverd. Aan het noemen van een verschijningsdatum waagt Michiel zich echter niet.

Bart Schoofs hoeft zich niet meer zo nodig te bewijzen voor de buitenwacht. "Ten tijde van dat Acacialaan-interview werkte ik nog als suppoost in een museum, maar een jaar of twee later had ik toch het idee dat er meer uit dat tekenen te halen viel en ben ik als zelfstandige aan de slag gegaan. Dat bleek een vergissing om velerlei redenen, waardoor ik, vier jaar later en totaal berooid, weer deeltijds in loondienst ben. Nu zit ik weer in de comfortabele positie die ik betrok voor ik die hilarische illusie van mezelf als succesvol commercieel tekenaar koesterde." Schoofs is er gelukkiger op geworden. "Moet er een nieuw deel van mijn strip Braaf Varken komen dan werk ik daaraan, komt er een expositie dan ga ik daarvoor schilderen. Verder maak ik muziek met Kim, in het Schoofs-Duchateau Trio. We hebben al op Lowlands opgetreden. Ik wil gewoon kunnen maken wat ik wil maken. Als het uitgegeven en gelezen wordt, is dat mooi meegenomen. Verder reiken mijn ambities niet meer, de hemel zij geprezen."

"Het was heel stimulerend om destijds in Acacialaan te staan, het heeft me zeker een duwtje vooruit gegeven", zegt Benno Vranken. "Destijds had ik wel gedacht dat ik nu verder zou zijn met mijn stripcarrière, maar ik ben niet teleurgesteld. Ik teken nog steeds strips en ben niet zoals anderen ondergedoken in een of ander reclamebureautje." Vranken verdient de kost als illustrator voor onder andere De Telegraaf en de Vereniging voor Hartpatiënten. "Ik zit in een luxe positie dat ik daarnaast veel vrijheid heb voor mijn strips. Sommige generatiegenoten zijn sneller gegaan dan ik, maar ik werk nu eenmaal langzaam. Ik schaaf lang aan mijn scenario's. Hoogtepunt was tot nu toe de publicatie van mijn eerste boek 'Kustbewoners', waarvoor ik de VPRO Debuutprijs won. Ik had mijn tweede verhalenbundel al af willen hebben, maar het vordert gestaag. Ik leg mezelf hoge eisen op, wil in mijn nieuwe boek met zo min mogelijk tekst werken. Uiteindelijk vind ik de kwantiteit van mijn stripproductie niet belangrijk."

 Barbara Stok Een beetje grinniken moet Barbara Stok wel als ze terugdenkt aan haar optreden in de Acacialaan. "Ik kreeg opeens dezelfde vragen voor mijn kiezen als ik kort daarvoor zelf voor ZozoLala aan Joe Matt had gesteld." Sinds die tijd heeft ze flink aan de weg getimmerd. Haar echte doorbraak dankt ze natuurlijk aan haar succesvolle bundel 'Barbaraal tot op het bot' bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. "Sinds die tijd kan ik van mijn eigen werk leven," zegt ze. Ook kreeg ze een eigen pagina in het meidenmaandblad Ine en ging ze rocken met Rikki de fearless cartooner als het duo De Straaljagers. Op dit moment legt Barbara de laatste hand aan haar nieuwe boek. Opnieuw een autobiostrip, ditmaal over haar tijd als journaliste annex fotografe bij een lokaal dagblad. Het wordt één lang verhaal met een bluesy ondertoon, want de Groningse beschouwt die periode niet echt als haar gelukkigste. Barbara verwacht dat het boek ongeveer tachtig pagina's gaat tellen en dit najaar verschijnt bij Nijgh & Van Ditmar. Het laatste nieuws lees je op haar eigen website www.barbaraal.nl.

Zeer tot zijn vreugde en onze spijt, kreeg Marq van Broekhoven het twee jaar geleden te druk om nog langer aan 'De Collectioneur' te werken. Stripwinkel Silvester hield zich steeds nadrukkelijker bezig met het uitgeven van werk van Nederlandse stripmakers en Van Broekhoven zag na het overlijden van SjoSji zijn 'Peer de Plintkabouter' in een professioneel uitgegeven album terug. Meerdere publikaties volgden en volgen. De komende tijd zal weer een Plintkabouteralbum verschijnen en volgt het tweede deel van 'Marq denkt'. Daarnaast werkt Marq aan een langer stripverhaal in de stijl van 'Bubbels', een verhaal dat in de Incognito-reeks is verschenen. Sinds vorig jaar tekent hij bovendien dagelijks Plintkabouter-avonturen voor het treinblad Metro. Door al deze activiteiten, ligt het uitgeven in eigen beheer stil. Helaas blijft 'Stille lijnen', het beste werk van Marq, het publiek voorlopig onthouden. Tussen neus en lippen liet Marq wel twee cd's van eigen hand het licht zien. Maar dat is een ander verhaal.

Mark Horemans benut zijn talent de laatste tijd vooral voor illustratiewerk. "Betaald illustratiewerk" benadrukt hij. "Want dat is toch wel nodig. Ik kan er nog niet van leven, daarom ga ik de komende tijd actiever op zoek naar opdrachtgevers. Onlangs heb ik veel gedaan voor de Universiteit Leuven, die studieboeken maakt met taalcursussen voor buitenlandse studenten. Op stripgebied is het momenteel redelijk stil, op mijn werk voor ZozoLala na dan." Zijn werk verscheen de laatste jaren bij uitgeverij Bries, onder andere in de albumserie 4 Eyes waarin korte verhalen van hem waren opgenomen. "Het is echter onzeker of dat project wordt voortgezet. Kopers hebben liever boeken van één auteur. Ik heb nog wel stripambities, maar concrete plannen ontbreken. Alles bevindt zich op het niveau van cafépraat. Zo wil ik nog wel een Onomatopeia-boek maken. En mijn plannen voor een albumvullende strip of een serie staan weliswaar in de ijskast, maar liggen nog niet in de vuilnisbak." Het liefst zou hij het illustreren combineren met striptekenen, zodat hij in ieder geval een vast bron van inkomsten heeft. "Het wordt geloof ik eens tijd dat ik volwassen word. Al de deadlines die ik mezelf gesteld heb van dan en dan wil ik zover zijn met mijn carrière, heb ik overschreden. Het afgelopen jaar heb ik veel last gehad van gebrek aan inspiratie en werklust. Dat is nu wel voorbij. Ik ga ervoor."

In 1997 publiceerde Naam (pseudoniem van Bastiaan Hooijmeier) in eigen beheer de strip 'Temper: De soup of existence'. Dat was de aanleiding om hem door Barbara Stok te laten introduceren in de Acacialaan. Hierna werd het stil. "In het laatste nummer van Gr'nn, het Groningse stripblad verscheen per ongeluk voor het eerst sinds vijf jaar weer werk van mij, nadat ik Gr'nn-redacteur Edmond Spierts een keer was tegengekomen." weet Bastiaan te vertellen. Hij sluit niet uit dat er nog een keer een strip van hem in Gr'nn komt te staan, maar strips maken interesseert hem minder dan vroeger. Een paar jaar geleden vond hij in het maken van animatiefilms om zijn creativiteit bot te vieren. Met twee anderen heeft hij een bedrijfje opgezet dat zowel eigen producties maakt videoclips en special effects in opdracht. Animatiewerk van Bastiaan Hooijmeier is te bekijken op de site www.happyship.com.

 Nix Kort nadat hij in Acacialaan had gestaan, besloot Nix (pseudoniem van Marnix Verduyn) zijn baan bij een telefoonmaatschappij in te ruilen voor het onzekere bestaan van stripmaker. "Ik heb er geen moment spijt van gehad", zegt hij nu. "Ik heb bij benadering bereikt wat ik wilde. Ik wilde altijd een krantenstrip maken en dat is gelukt met 'Kinky en Cosy', dat zowel in De Morgen als in Het Nieuwsblad heeft gestaan. Helaas is dat gestopt, omdat de kranten er geen geld meer voor over hadden. Dat betekent echter niet het einde. Myx, het nieuwe stripblad dat uitgeverij Silvester uit gaat brengen, pikt de strip weer op. Tegen de tijd dat deze ZozoLala in de winkels ligt, moet er ook een nieuw album van 'Kinky en Cosy' in de schappen liggen." Nix maakte - naast zijn vele cartoons in diverse bladen - onder andere animatiefilmpjes voor TMF en geeft nog een halve dag in de week les aan de stripacademie Sint Lukas. "Destijds had ik niet verwacht dat ik rond zou kunnen komen van dit werk. Een striptekenaar moet niet te veel klagen dat de markt zo klein is en zijn best doen. Het is waar dat een middenveld goeddeels ontbreekt in onze stripwereld: iets tussen sympathieke uitgeverijtjes als Bries en grote als Standaard in. Maar daar moet je je niet door laten ontmoedigen." De fans van Nix kunnen op korte termijn nog - naast het nieuwe Kinky en Cosy-album - een strip verwachten die hij samen met Bart Schoofs aan het maken is en een tweede deel van zijn verhalenbundel 'Hardnekkige vlekken'. Verder werkt hij nog aan een scenario voor een strip van Floris de Smedt (bekend uit Ink).

Sinds zijn optreden in de Acacialaan heeft Milan Hulsing naar eigen zeggen "enorm goed doorgewerkt". De trouwe Zone 5300-lezer heeft Milans korte verhalen - vaak in samenwerking met Michiel de Jong - nog regelmatig zien langskomen. Een bundel daarvan staat voor deze zomer gepland bij uitgeverij Zone 5300 en Zet.El. Financieel heeft Milan enige tijd het hoofd boven water weten te houden met werk voor pornosites op internet (nog te zien in de virtuele dark room op www.zone5300.nl). Sinds enige maanden is hij echt uit de brand, dankzij het binnenslepen van een groot animatieproject: Magic Show. Deze film over een soort variétéshow die langzaam maar zeker ontspoort, zal over ruim een jaar te zien zijn als voorfilm in de bioscopen. Voor welke film hij gaat draaien, kan Milan nog niet zeggen. "Maar een kennis van mij kwam met zíjn voorfilm opeens terecht voor Ali G. en had zo opeens een publiek van een half miljoen mensen."

Stefan van Dinther heeft zijn langlopende en enigmatische vervolgverhaal 'CHRZ' bijna rond, vertelt hij bijna schaterlachend. "Ik moet nog ongeveer drie bladzijden, maar ik ben bezig het eerste hoofdstuk helemaal om te gooien. Er komen ook nog een proloog en een epiloog bij. Alles bij elkaar zal het 64 bladzijden worden en ik verwacht dat Bries (die ook het tijdschrift Eiland, dat Van Dinther samen met Tobias Schalken maakt, uitgeeft, red.) het wel zal willen uitgeven." CHRZ is een project van bijzonder lange adem, geeft ook Van Dinther toe. "Tobias en ik werken allebei nu eenmaal heel langzaam, omdat we niet fulltime met strips bezig zijn. We moeten daarnaast ook ons brood verdienen, maar dat vind ik eigenlijk wet prettig. Als je langzaam werkt, kun je afstand nemen en het laten bezinken. Ik las laatst een interview met Debbie Drechsler en daar werd haar verweten dat ze al twee jaar geen nieuw boek had gemaakt. Zij vertelde dat ze gewoon geen goede ideeën had. Dat vind ik dan beter dan dat je vijftig Rik Ringers produceert in tien jaar tijd." Ten tijde van de Acacialaan was Van Dinther nog bordenwasser in een restaurant. Tegenwoordig is hij docent aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. "Ik geef daar informatica en tegenwoordig ook gamedesign. Bij dat gamedesign zit ook een blokje scenarioschrijven/striptekenen en dat is erg leuk om te doen." Een nieuwe Eiland zit er voorlopig nog niet in wegens tijdgebrek. Bovendien is Van Dinther van mening dat je 'de markt niet moet platbombarderen'.

 Tobias Schalken & Stefan van Dinther

"Je kent mij toch, ik ben ontzettend lui." Tobias Schalken moet lachen als hem gevraagd wordt of zijn strip 'De Balthasar-formule' inmiddels af is. Die is dus nog niet af, het voltooien van de laatste twee hoofdstukken gaat nog wel twee jaar duren, verwacht hij. Voor begin deze zomer staat bij uitgeverij Bries wel een nieuwe aflevering van Eiland gepland met daarin een ironisch-historische proloog op 'De Balthasar-formule'. Ondertussen maakt Schalken met grote regelmaat fraaie illustraties voor de Volkskrant en Vrij Nederland en werd hij voor zijn ruimtelijk werk gevraagd om deel te nemen aan de prestigieuze Prix de Rome. Vanuit het buitenland blijft de belangstelling voor zijn strips inmiddels gestaag groeien. Korte verhalen en hoofdstukken uit 'De Balthasar-formule' verschenen onder andere in de bloemlezingen Lapin, Broken Wrist en Rosetta. En ook in Korea en Japan denken ze er serieus over om Schalkens werk te vertalen. "Maar het blijft raar," zegt Schalken. "Ik heb het idee dat ik zo ongeveer al mijn tijd in mijn atelier doorbreng, toch blijft mijn produktie tamelijk beperkt. Ik moet altijd nog even zus veranderen of even dat bijwerken. Stefan (van Dinther, red.) heeft dat ook. Het houdt niet op ons te verbazen hoe ontzettend verleidelijk het is om ergens eindeloos aan te blijven doorpielen."

deel 3


© ZozoLala (2003)
Henk Schouten / StripSter
10-04-2003