--> index ZozoLala  --> inhouds-opgave

ZozoLala 109



december 1999



Acacialaan: Tonio van Vugt

 Tonio van Vugt Tonio van Vugt is bij het grote publiek bekend als redacteur van Zone 5300. Weinigen weten dat hij in feite met striptekenen zijn dagelijks brood verdient en dat Zone een uit de band gelopen hobby is. Te Rotterdam is het allemaal begonnen bij de Kunstakademie. Samen met een aantal geestverwanten waaronder de striptekenaar Matthias Giesen, publiceerde Tonio zijn eerste verhalen in het studenten-stripblad Barwoel. Inmiddels werkt hij voor een aantal vaste opdrachtgevers. Hij is 32 jaar en probeert al een jaar tweehoog te Rotterdam tijd te vinden om een strip te maken op scenario van Milan Hulsing.

Na de Kunstakademie, die ik in 1990 beŽindigde, arriveerde het grote zwarte gat. Ik moest mijn vervangende dienstplicht nog vervullen en had absoluut geen zin om me te oriŽnteren op een geschikte arbeidsplaats. In de tussentijd heb ik me bezig gehouden met straattheater en ben ik in een bandje gaan spelen. Dat laatste doe ik trouwens nog steeds. Barwoel leverde me wat werk en contacten op, maar het was niet bepaald de meest lollige periode in mijn bestaan. Een echte motivatie was niet aanwezig, zelfs niet na het behalen van mijn diploma. Dit is heel vreemd voor een student die al van kinds af aan striptekenaar wil worden. Mijn vader heeft vele 'Donald Ducks' en 'Professor Ambrosius' figuren voor mij getekend. Wat dat betreft heb ik nooit hoeven vechten voor mijn keuze, op alle stripfronten ben ik door mijn ouders ruimschoots gestimuleerd.
De vervangende dienstplicht heb ik bij het Maritiem Museum Prins Hendrik doorgebracht. Met een collega dienstweigeraar heb ik me bezig gehouden met het 'Professor Plons' programma. Dit is een speciaal programma om het museumbezoek voor kinderen aantrekkelijker te maken. In deze hel zijn we veelvuldig misbruikt als kinderoppas. Daarbij moet vermeld worden dat we geen enkele didactische ervaring en opleiding hadden. Kinderen hebben dat snel door en reserveren voor zulke naÔevelingen speciale behandelingen, zodat de kids ons bij tijd en wijle de neus uitkwamen. In de schoolvakanties kregen we soms op ťťn dag honderden kinderen over ons heen. Zoals zovele instanties had het Museum een personeelstekort en waren ze maar al te blij om ons achter de hand te hebben.
Begin 1993 begonnen de opdrachten binnen te komen. Het lijden in het museum heeft in elk geval mijn eerste opdracht tot gevolg gehad: ik mocht de figuur van 'Professor Plons' restylen. De contacten bij het museum hebben er sowieso voor gezorgd dat er meer opdrachtgevers op mijn pad kwamen. Dankzij de mond tot mond-reclame van onder andere de vormgever van het museum en niet te vergeten Robert van der Kroft, heb ik behoorlijk wat werk binnen gehaald. Robert had het zo druk met 'Claire' dat hij me de nodige strip-workshops heeft doorgespeeld.
Mijn huidige positie is benijdenswaardig en tegelijkertijd lastig. Ik kan leven van mijn strips en cartoons die ik in opdracht maak, maar doordat Zone alle vrije tijd opslokt blijft er weinig tijd over om aan mijn 'eigen' strips te werken. Er liggen twee geweldige scenario's van Milan Hulsing op me te wachten. Dit roep ik al een jaar, maar het lukt niet om er aan te beginnen. De stok achter de deur is nog steeds zoek. Terwijl Milan volgens mij een van de beste scenaristen van Nederland is.
Een jaar geleden werkte ik aan cartoons voor het Buro voor Belastingadviezen. Inhoudelijk is er overleg geweest, eenvoudig omdat ik weinig kennis in huis heb over belastingzaken. Veel vrijheid, het betaalde goed en dat was heerlijk, maar een uitzondering. De strip die ik voor de Acacialaan heb gemaakt zegt genoeg over de soms vreemde en hoge eisen van opdrachtgevers. Een andere prettige opdrachtgever is al vijf jaar het Landelijk Buro tegen Racisme. Ze hebben me de afgelopen jaren de mogelijkheid gegeven om met stijlen te experimenteren.
De stripworkshops waar ik nu aan werk, zijn de laatste waarmee ik me bezig houd. Na er veel energie in gestoken te hebben, ben ik dit aan het afbouwen. Het levert uiteindelijk niet de voldoening op die ik ervan verwacht. Kinderen vinden het prachtig om 'Donald Duck' te leren tekenen, maar echte talenten zitten er niet tussen. Misschien zijn mijn verwachtingen te hoog gespannen. In de tijd dat ik die workshop geef, kan ik ook aan de scenario's van Milan werken. De lessen die ik aan Utrechtse studenten gaf, leverden wat dat betreft meer op. De feedback die ik kreeg gaf me meer voldoening dan de enthousiaste reacties van basisschool-leerlingen.
Het lijkt me een flinke uitdaging om een keer voor een landelijk dagblad te werken. Het is heel zwaar en ongetwijfeld moet ik een aantal andere werkzaamheden laten vallen. Iemand als Djanko, die een eigen stijl heeft en een forse dosis humor in zijn dagelijkse cartoons in het Rotterdams Dagblad brengt, bewonder ik. Eigenlijk ambieer ik dat wel. De deadline blijft een dagelijkse achtervolger, maar die druk kan eveneens leiden tot actuele scherpe humor. Humor is zwart-wit. Je vindt het of leuk, of niet. De reactie 'ik vind Monty Python wel aardig' hoor je nooit. Het is of leuk of je snapt het niet. Je gaat ervoor of niet. Dat zit ook in veel cartoons. Begrijp je 'Fokke en Sukke' niet direct dan zul je het waarschijnlijk ook nooit leuk vinden. Een soort compromisloze humor. Maar voordat ik me op de dagelijkse stress van een dagbladstrip stort, ga ik eerst een poging wagen om de scenario's van Milan vorm te geven. Dat is een mooie belofte voor de toekomst.

* Karin van Wylick


© ZozoLala (1999)
Henk Schouten / StripSter
01-07-2000