Zone 5300 # 5-5
oktober 1998
Ik heb een afspraak met Milan Hulsing
gemaakt op een opening van kunstenaar Johan Boer in Rotterdam. Wij hadden elkaar al eens
gesproken, maar dat was alweer heel lang geleden. Hopelijk zouden we elkaar herkennen. De
enige aanwijzing die ik kreeg was dat zijn haar nogal lang was. Hij bleek de enige met lang
haar op de opening (wat betreft de heren dan). Ik had, om me voor te bereiden, zijn strips nog
eens herlezen en ik moet zeggen dat-ie op de een of andere manier lijkt op de hoofdfiguur uit
zijn verhaal 'Maurice en de geheimzinnige sekte' (Zone # 8
'96).
Op mijn verjaardag heb ik een opneemapparaatje gekregen van mijn vrouw. Zo kan ik mijn geniale
gedachten snel vastleggen voor ik ze vergeet. En daarnaast kan ik het goed gebruiken voor de
interviews in de Zone. Milan Hulsing is de eerste waarbij het cassettebandje meedraait. Als ik
het interview terugluister valt pijnlijk op hoeveel ik aan het woord ben. Milan blijft er
stoïcijns onder.
Hij veert op als ik zijn strips puberaal noem. Nee, zo bedoel ik dat natuurlijk niet, maar wel
duister, alleen tegen de wereld, onbegrepen. Jaja, en heel weinig naakte vrouwen, nou ja, in de
strips die hij met Michiel de Jong heeft
gemaakt iets meer. En de lichte humor in tegenstelling tot de zware verhaallijn. Milan begint
(heel traditioneel) met een verhaaltje en probeert de strip zo kort mogelijk te houden, maar
altijd heeft hij meer plaatjes nodig.
Na een lange uiteenzetting van mij over dat ik geen geduld heb, over dromen en over
vakmanschap, en over het wel of niet stereotiep zijn van striptekenaars (ze verzamelen, zijn
morbide en altijd spelen ze in een band - "Ja ja, ik speel saxofoon."), komen we op het
onderwerp van erkenning en succes. "Ik vind het wel leuk als een kunstenaar niet de
bedoeling heeft sympathiek gevonden te worden. Dat heb ik gewoon niet, dat weet ik. Ik heb
liever dat het geperverteerd is."
Ik mag Milan wel; hij lijkt wat verlegen, maar dat kan ook schijn zijn. Hij heeft iets
aristocratisch in zijn uitstraling. Milan komt uit een ander milieu dan ik. Ik kom uit een
a-cultureel boerenmilieu en ik heb kunst altijd geïdealiseerd als ware het een speeltuin,
een paradijs vol interessante mensen. Milan komt uit een nieuwbouwwijk in Amsterdam met veel
atelierwoningen. Dientengevolge heeft hij een 'tenen-kaas-geur' aan kunst overgehouden.
"Vooral dan kunstenaars die met Tolkien dwepen. Ik hou ook heel erg van Tolkien, maar dat
gedweep met trollen... Het is een boek, weetje, een fantasie. Ik ben zelf een scepticus, ik
geloof niet snel in bovennatuurlijke dingen."
Het verhaal 'Maurice en de geheimzinnige sekte' is grotendeels autobiografisch, dus het is niet
zo vreemd dat Milan op de hoofdpersoon lijkt. In dit verhaal schetst hij de sfeer van die
buitenwijk. Tjonge tjonge, kunstenaars die in kabouters geloven, intolerante onderwijzers en
domme klasgenoten. Zo'n wereld is slechts leefbaar wanneer er een begrijpend meisje is dat
zegt: "Doe jij maar, ik begrijp jou wel".
"Op de lagere school tekende ik al strips. Als ik ze nu herlees, waren die veel grover:
duivels die vrouwen verkrachten... Mijn ouders hebben daar nooit vraagtekens bijgezet."
Milan is gezegend met tolerante ouders, ze vonden het leuk en zagen er nooit een probleem in.
Zijn broer heeft hem over die strips weleens gevraagd: "Je gaat toch geen zelfmoord plegen,
hè?", zegt Milan lachend. Zijn vader heeft hem geleerd de B-film te waarderen. Zo
heeft mijn vader mij leren tractor rijden. Waar zouden we zijn zonder ouders.
In de column van Frits Jonker in de vorige
Zone werd Milan omschreven als een absolute verzamelaar, waarbij zijn scriptie slechts een
excuus is om Indiase filmmuziek te verzamelen. "Dat is echt zo." Heb je weleens Indiase
films gezien in India? "Ja ja ja!" Heb je weleens Indiase films gezien in Afrika?
"Ook ja, in Jemen en in Egypte." Maar ze zitten zo simpel in elkaar. "Ja, maar ze
hebben gewoon hun momenten, vooral in de jaren '70. Die films zijn zo psychedelisch... Je hebt
gewoon geleefd als je in Frits Jonker's column genoemd wordt en als je de bad guy in een
Indiase film gespeeld hebt. Het hoofd van bijvoorbeeld een drugssyndicaat is vaak een
langharige blanke, die wil ik ook een keer spelen." (Aha, dus dat lange haar is geen
toeval...) Als je dat soort dromen hebt, heb je natuurlijk weinig concurrentie. "Je moet
altijd op een gebied gaan zitten waar niemand iets vanaf weet." Dat is Milan: humor is een
voorwaarde en er is altijd een subtekst.
Overigens, het meisje dat hem begrijpt heeft-ie gevonden en hij is vroeger nooit echt gepest.
Hij was meer de pester. "Nee, ik ben nooit bang geweest, ik wist me meestal wel te
redden." Hij kijkt op zijn horloge. "Nog even naar De Plaatboef voor-ie dichtgaat.'"
© Zone 5300 (1998)
Henk Schouten / StripSter
01-07-2000