Stripper 50
januari 2001
Oscar Kuppens heeft zichtbaar lol gehad om
zijn stripje te maken. De arceringen zijn niet geweldig, maar de poging om hiermee meer diepte
in de tekeningen te krijgen is alleen maar toe te juichen. Het stijltje oogt duidelijk maar de
strip zelf is dat niet. Dit heeft vooral te maken met de matige compositie van de strip. In het
eerste plaatje plakt Oscar alle elementen die hij wil laten zien tegen elkaar aan en dat
resulteert in een onoverzichtelijk plaatje. Ook hoeft het mes, dat al in het eerste plaatje te
zien is (in de paddestoel geprikt), nog niet opgevoerd te worden. Bezwaarlijk is dat de actie
waar de grap uiteindelijk uit ontstaat (het mannetje wordt ondergescheten door een vogel) niet
in het stripje te zien is. Ook van de vogel zelf krijgt de lezer geen goed beeld. En dat is
toch tegen gebod nummer één van de strip: laat alles duidelijk zien. Nu moet de lezer het doen
met een miniplaatje met de onomatopee FLATS! Jammer. |
A3 Janssen kan niet alleen lange verhalen
aan (zie Stripper 47), ook stroken zijn voor
hem bekend terrein. Het stijltje is grappig, de inkting is mooi en ook de lettering ziet er
goed uit. De grapjes zijn wat flauw, maar niet zonder niveau. Het is jammer dat A3 de
tekeningen een beetje gehaast maakt, vergeleken met zijn vorige werk. Handjes die niet helemaal
kloppen (te groot of gewoonweg lelijk) en benen die te kort zijn. In het eerste plaatje van het
strookje met de mooie meisjes heeft het meisje ongelijke benen. Dat is toch slordig. Wat ook
opvalt is dat Kees Kwast qua uiterlijk niet echt bij de rest van de figuren past, dit
hoofdfiguurtje ziet er naar onze mening wat te ontworpen uit. Het mooiste plaatje uit A3's
strip is ongetwijfeld de kaars in de kluis: A3 bewijst hier hoe goed hij met zwarte vlakken
overweg kan. Leuk om te vermelden is dat Kees Kwast ook verschijnt in de gratis treinkrant
Sp!ts. |
Het was alweer een jaar geleden dat Robby van der
Meulen een stripje gemaakt had voor de Stripper. Deze is dan ook weer een vooruitgang op
zijn vorige, al moet erbij gezegd worden dat hij het zichzelf de vorige keer
(Stripper 44) aanzienlijk moeilijker heeft
gemaakt dan nu. Terwijl veel tekenaars hun best doen om met een zo grappig mogelijk stripje op
de proppen te komen, richt Robby zich meer op sfeer en emotie. En dat ligt hem wel. Het
figuurtje acteert leuk, de lettering is mooi en de inkleuring past goed bij het sfeertje. Maar
dan de punten van kritiek: de achtergrondjes en inkting. Met name het decor in het laatste
plaatje lijkt te bestaan uit kartonnen bomen, struiken en grafzerken. Ook willen we Robby
feliciteren met het Rotring-setje wat hij voor zijn verjaardag heeft gekregen. Mooi spul dat in
dit geval resulteert in platte tekeningen. De inkting kan dus wat gedurfder. Probeer eens een
omsteekpennetje of (lastiger) een penseel. Deze zorgen ervoor dat de tekeningen meer 'schwung'
krijgen en minder breekbaar worden. We hopen binnenkort weer nieuw werk van Robby te kunnen
plaatsen. |
Zo iedere drie weken valt er een nieuwe envelop met daarin een stapel tekenwerk van
Patrick Heymans op de deurmat. Hij heeft dus
een hoge productie, maar helaas gaat dat ten koste van de kwaliteit. Zijn grappen zijn altijd
wel okee, zo ook de geintjes in deze Stripper, die al wat ouder zijn. Maar met name het
tekenwerk (in vele stijlen) ziet er vaak afgeraffeld uit. We raden Trick aan om minder te
kriebelen in zijn tekeningen en de kleine schaduwtjes onder allerlei dingetjes weg te laten.
Ook zou hij eens moeten proberen zich te concentreren op één stijl, en die te perfectioneren.
Patrick kan leuke grappen verzinnen en heeft zeker tekentalent, maar het is nu nog te veel van
alles wat. |
Slopwards aantrekkelijke pagina lay-out nodigt uit tot lezen. En dat is niet het enige
originele aan het stripje van Gerard
Boersma. Na Haags heeft nu ook Stadsfries uit Leeuwarden het tot voertaal van een stripje
geschopt. Al moet er wel bijgezegd worden dat het niet altijd even gemakkelijk is om dit
vreemde taaltje te begrijpen. Wat Gerard met "Ziest wel, der komt die pude al an." bedoelt, zal
toch wel altijd een mysterie blijven. Een zwak punt is het hoofdfiguurtje die het hele stripje
maar één gezichtsuitdrukking heeft, die niet bij de teksten past. Ook heeft hij de ene keer wel
armen en de andere keer niet. Verder is de mond van dit figuurtje niet te zien, iets wat toch
problemen gaat geven naar mate van tijd. Probeer je hoofdfiguurtje wat beter te ontwerpen. Mooi
om te zien is hoe Gerard kleur- c.q. grijswaarden gebruikt om een sfeervolle achtergrond te
tekenen. Hij gebruikt namelijk kleurvlakken zonder zwarte rand, gemaakt met Pantone-markers.
| |