--> index De Stripper  --> inhouds-opgave

De Stripper 45



maart 2000



Gestript

Okee, een tipje van de sluier dan. Het wordt wat anders, het wordt beter. Wanneer? Binnenkort. Zeer binnenkort. Vergaderingen zijn al begonnen en agenda's staan inmiddels vol met plannen. Wellicht is dit zelfs de laatste Stripper in deze vorm. Misschien. Want we houden van speculatie en geroddel rond ons blad. Echter n ding is zeker: het wordt anders, maar het blijft leuk.

De namen zweven je tegemoet in de strip van Danny Steggerda: Slot Zonnedauw, Ridder Heelkruid, Koning Kattedoorn. Deze grote hoeveelheid aan namen die in de strip gestopt zijn duizelen al snel en zijn voor het verhaal ook niet echt nodig. Ook het voorstellen van de personages werkt niet en is irritant (ik ben ridder Heelkruid, ik ben koning Kattedoorn, ik ben zuster Agrimonie, etc.). Het tekenwerk daarentegen is vrij helder en over het algemeen verzorgd, al vormt de wirwar van lijnen van dezelfde dikte soms een onduidelijk beeld; wellicht ook het resultaat van een slechte kopie. Ook blijkt het tekenen van een lopend paard een probleem te zijn. Dit is begrijpelijk want het is n van de moeilijkste dingen om te tekenen. Kijk eens een paar paardenboeken in om te zien hoe de anatomie van een paard in elkaar zit of kijk hoe andere tekenaars dit edele dier tekenen. De opzet van het verhaal is leuk, al vond een lezer dat er wat veel onnodige details in zaten: wat zijn de functies van al die verschillende figuren binnen de strip? Waarom heeft Ridder Heelkruid het op de held voorzien? Teveel vragen waar eigenlijk een antwoord op gegeven moet worden.

Michiel van Geene maakte een erg leuke grap over Web Developers. Dat het oud werk is dient vermeld te worden, want Michiel heeft in de tussentijd veel bijgeleerd. Een lezer merkte op dat het kantoor in deze cartoon wat weg heeft van een kijkdoos met een kartonnen bureau. De oorzaak hiervan is de technische manier van tekenen met behulp van een liniaal. Gebruik een liniaal met mate, zou ik willen zeggen. Let verder op de anatomie van de strippoppetjes. Want hoewel je de menselijke anatomie niet voor 100% hoeft te volgen, zijn er toch bepaalde wetten waar je je aan moet houden. Bijvoorbeeld waar het gaat om spierbundels. Zoek naar voldoende beeldmateriaal of vraag een gespierde vriend om te poseren.

We hadden al een tijdje niets vernomen van Jeroen Verdonschot, die zijn tijd waarschijnlijk moest steken in de verhoogde stapels werk vanwege het studiehuis. Dit soort dingen dreigen beginnende striptekenaars in Nederland de das om te doen! Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en in de weinige vrije uurtjes heeft de Havist uit Leersum weer wat stroken getekend. We kunnen meteen zeggen dat Jeroen vooruit is gegaan sinds zijn Stripper-debuut in nummer 40! De twee mannetjes in zijn strookstrips hebben goede gezichtsuitdrukkingen en de grapjes zijn leuker. Al met al dus een goede vooruitgang, maar het kan natuurlijk altijd beter! Perspectief, acterende figuren (lichaamstaal) hebben nog aandacht nodig. Probeer wat meer tijd te steken in voorschetsen van de strip. De comera-standpunten zijn goed afgewisseld, maar niet altijd even functioneel en leiden dus soms af.

De strip rond Paul en Paul (door Paul de Vreede) is wat verwarrend. Alsof het niet al moeilijk genoeg is om twee figuren uit elkaar te houden die fysiek erg op elkaar lijken, heten ze ook nog hetzelfde. Dit kan leiden tot verwarring. In het derde plaatje staat Paul met koksmuts en zwart shirt gebogen over een schaal. Terwijl de rest van het stripje dezelfde (?) Paul een licht shirt heeft. Wie is wie nou? Het camera-standpunt vanuit binnenin de mognetron is goed bedacht en het is een grappig verteld verhaaltje. Maar de strip zou beter uit de verf komen wanneer Paul (de Vreede) meer verschillen legt in de figuurtjes. Ook zou hij meer dik-dun effecten in zijn inkting moeten proberen om het er allemaal wat swingender uit te laten zien. (Kijk maar naar de inkting van Gerard Stroomer's 'Cartoon Boy' uit de vorige Stripper, en vergelijk hem met dezelfde strip in Stripper 43).

'Trick' van Patrick Heymans heeft deze keer een hele pagina uit zijn hoge hoed getoverd. Een goede grap en de figuurtjes zijn leuk ontworpen. Tevens zijn de uitdrukkingen van het figuurtje met de unieke jas goed uitgewerkt. Dit in tegenstelling tot het rechter figuurtje, die steeds 'en profile' is getekend en maar weinig tot geen verschil in uitdrukking heeft. Het heeft er de schijn van dat Trick flink bezig is geweest met het overtrekken van een schets van het figuurtje. De stoep loopt vreemd bol, alsof ze op een heuvel staan, en in een ander plaatje weer schuin omlaag: dat is toch vreemd. Op dat soort details moet Trick volgende keer wat beter proberen te letten.

En van de meest verrassende bijdragen uit de vorige Stripper (afgezien van de prachtige 3-D cover) was het woordeloze verhaal van Robby van der Meulen. Een op zich standaard verhaal wordt niet-standaard verteld. Robby dwingt de lezer met een flash-forward in de eerste 4 plaatjes tot beter (en opnieuw) lezen en begrijpen van de strip. En daar houden we wel van. Een intelligente verteltechniek, waar hij ook goed gebruik maakt van rasters. Al schiet zijn anatomische kennis nog hier en daar tekort (schaduwen die op plekken staan waar ze niet horen, en de lichaamsverhoudingen, met name in plaatje 6 en 7), is het al met al een dappere poging om eens in een ander genre wat te proberen. Het ziet er, zeker gezien Robby's leeftijd, toch al professioneel uit. Ga zo door.


© de Stripper (2000)
Henk Schouten / StripSter
01-07-2000