--> index De Stripper  --> inhouds-opgave

De Stripper 28/29



april 1997



Gestript

Het gekrabbel van Roy Spraakman in zijn brievenwisseling met de redactie moet vaak ter ontcijfering voorgelegd worden. Gelukkig lijden zijn tekeningen niet aan dit euvel en zien die er heel wat verzorgder uit. Roy's stijl is erg vast, het is duidelijk dat hij deze al volledig onder de knie heeft. Over het tekenwerk dus geen negatieve kritiek, heel goed. Waar wel een reaktie over binnenkwam, was de indeling; plaatje 1 had beter gebruikt kunnen worden. In dit plaatje had Roy de grap voor kunnen bereiden door de lezer in te wijden in de humor van Hans Dorrestein. Nu staat het plaatje los van het verhaal. Desondanks, voor de kenners van Dorrestein: goeie grap.

René Leisink heeft het met zijn strip 'Raoul' slim aangepakt. Hij verwerkt zijn reiservaringen in zijn strip en bedenkt daar een verhaal omheen. Het is altijd goed het onderwerp van een verhaal dicht bij huis te zoeken. Zo voorkom je dat gebrek aan kennis over een bepaald onderwerp het verhaal verstoort. Als er naar de werkelijkheid getekend moet worden, schiet René toch iets te kort: station Arnhem is als zodanig niet herkenbaar en een Nederlandse intercity rijdt met open kopdeuren rechtstreeks door naar Polen. Hmm... Niet iedereen vond het verhaal makkelijk te volgen, maar de auteur heeft gelukkig geen langdradige inleiding gehouden over het hoe en wat van de 'Bouworde'. In één zin legt hij de essentie ervan uit. En lezers die meer geďnteresseerd zijn, kunnen alvast het album bestellen (zie elders in dit nummer). De tekeningen zijn mooi, maar helaas wat slordig geďnkt. Het is aan te raden om hier wat meer aandacht aan te besteden; zoals bijvoorbeeld de arceringen: de kwantiteit hiervan zou omgezet moeten worden in kwaliteit. Verder heeft hij de smaak van een avonturenstrip duidelijk goed te pakken! Het loopt als een trein, heeft goed de vaart erin en wordt al snel spannend. Het verhaal lijkt erg compleet!

'Igor de Bozo' van Steven van Lijnden is een strip die makkelijk wegleest, de tekeningen zijn, met alle respect, simplistisch en het draait om de grappen. Echte visuele hoogstandjes zijn dus niet van de partij. Deze zijn ook zeker niet nodig voor een goed geslaagde strip. Waar Steven wel wat aandacht aan mag besteden zijn de gezichtsuitdrukkingen, ze zijn wat statisch. Alleen in het laatste strookje zijn de mogelijkheden tot fysieke expressie ten volle benut (prachtzin, lees nog maar eens...).

Complete droogheid zegeviert bij Miga van der Werf. Cartoons tekenen gaat hem goed af. Hij heeft er dan ook echt de tekenstijl voor. De eerste grap is meteen een goede binnenkomer. De laatste grap is een ander verhaal; deze was veel lezers niet helemaal duidelijk. Het is te zien dat het oude vrouwtje een heks is, maar waarom hebben de twee sinterklazen zonnebrillen op? Zoals een lezer terecht opmerkte: "Het lijken wel twee blinden die rondvliegen op een blindenstok.". Onnodig is het verkeersbord in deze gag. Het leidt onnodig af. De grap in vereenvoudigde versie zou nog sterker werken. Graag meer cartoons en houd het spontane in de stijl vast!

Het wat later geplaatste eerbetoon aan Marten Toonder van Gerard de Pagter is voorzien van een goede grap. Een lezer merkte op dat de grap nog duidelijker had kunnen zijn door het contrast te vergroten tussen de stijl van Marten Toonder en Gerard de Pagter. Dit is te doen door middel van het toevoegen van gedetailleerde achtergronden in de eerste twee plaatjes (ŕ la Marten Toonder). Verder heb je voor het tekenen van tekstballonnen niet per se een benzinestift nodig! De ballonranden hadden best iets dunner gemogen (graag zelfs).

André Massee is duidelijk geďnspireerd door Franquin. Toch brengt hij zijn strip in een eigen, professioneel ogende stijl. Een mooie stijl, zonder een plaatje teveel getekend. André heeft oog voor detail, de fiets is bijvoorbeeld tot in het kleinste schroefje uitgewerkt. Hier heeft een rasechte mierenneuker zijn werk goed verricht (prachtig!). Verder is er weinig op aan te merken. Men wacht ongeduldig op meer werk van dit talent.

Het verhaal van Wouter Tulp, nog zo'n talent, is goed. De strip zelf ziet er verzorgd uit. Wel hadden de arceringen best wat minder gemogen. De raster in de strip is daarentegen juist erg goed en bescheiden toegepast. Alle aandacht van de lezer wordt nu naar de agent getrokken. Op deze manier kun je de lezer dwingen naar een bepaald punt te gaan kijken. Wouter maakt veel gebruik van wisselende camera-standpunten. Over het algemeen is dat goed, maar in deze strip is het misschien iets te 'filmisch' toegepast en zorgt het ervoor dat de plaatjes niet vloeiend in elkaar overlopen. Dit geeft een wat rommelig effect. Voor een strip van een paar plaatjes kun je beter een niet te swingende cameravoering toepassen.

In de serie van 'Tips voor Luie Varkens' komt Reinder Dijkhuis weer met een strip met moraal. Gelukkig is het luie varken de dans van de varkenspest ontlopen. Zijn strips worden door alle Strippers zeer gewaardeerd. Het is te hopen dat niet alle leden zijn tips opvolgen, anders kunnen we wel ophouden met dit blad. Reinder krijgt van mij een dikke voldoende. Echter... mijn eigen tip voor het luie varken is ook om beter het penseel te laten liggen. Zo enthousiast ben ik eerlijk gezegd niet over het resultaat. Geloof me, dat spijt me.

Een ironisch stripje is ingestuurd door Maurice Alsema. De grap is luguber, maar heeft echt meer duidelijkheid nodig om te slagen. Hij was beter uit de verf gekomen als hij op zijn vriend Bob zat te mopperen, zichzelf wil ophangen en op dat moment de post op de mat ziet vallen... met een kaart van Bob. Hij wil de kaart oppakken, maar vergeet de galg en de stoel klapt weg. Nog steeds luguber, maar grappiger, sulliger. Nu is hij alleen maar hard. Want welke 'beste' vriend geeft nu zijn kameraad een klopje op de schouder als hij op het punt staat zichzelf op te hangen? Hmm, eens uitproberen. Kun je gelijk zien wie je echte vrienden zijn. Denk verder om de schoonheidsfoutjes: het is erg raar dat de hoofdpersoon in plaatje twee met het touw om zijn nek op de grond staat en in plaatje zeven toch echt boven de grond hangt..

Terwijl Marnix (bekend van de radio!) en Wouter van Wijk de smaak van meligheid te pakken hebben, vragen de lezers zich af hoeveel afleveringen dit soort meligheid vol te houden is. Leuk trouwens dat de twee duistere figuren op het eerste plaatje erg op Bert en Ernie lijken. Is dit opzet? De strip zou in kleur beter tot zijn recht komen, dus probeer voor de zwart/wit versie meer zwart te gebruiken, zodat de plaatjes iets interessanter overkomen. Nu wordt er geen gebruik gemaakt van zwart/wit contrasten en is de nachtelijke situatie alleen maar aan te geven door de begeleidende tekst. De grote sterren, een hoop 'Halyhops' in een witte lucht, zijn erg overvloedig aanwezig en lijken meer de gemoedstoestand aan te geven van Ugo en Jaap. Kortom, als het nacht is, teken dat dan duidelijk. Het portret van de hoofdredacteur is trouwens verbazingwekkend gelijkend.

Ook deze keer verblijdde Michiel van de Vijver ons zeer met een strip uit Schotland. Beter bekend als 'Mail van Michiel'. Hij heeft zijn onderwerp 'dicht bij huis' gezocht. Hij heeft rond dit onderwerp een leuke grap verzonnen en hoewel het verhaal niet echt een climax bevat, blijft de strip leuk om te lezen. De onderwater-plaatjes zijn mooi getekend, er is gevraagd of Michiel meer onderwater-strips wil gaan tekenen. Wij zijn benieuwd...

Mijn gezicht glimt van trots bij het zien van zoveel groeiend talent. Alhoewel alle levensfrustraties er bij het schrijven van dit hoofdstuk allemaal uit komen, ben ik blij een blad te hebben met zo'n aangenaam en verrassend enthousiast interactief publiek. Veel succes en beschouw de kritiek als een potje Pokon. Het helpt jullie groeien.

Met trots,
* de Stripper


© de Stripper (1997)
Henk Schouten / StripSter
01-07-2000