--> index De Stripper  --> inhouds-opgave

De Stripper 26



november 1996



Over de makers

Geen amateurblad zonder Roy Spraakman (1972). Dus ook in de Stripper mag deze ambitieuze tekenaar niet ontbreken. Sterker nog; de Stripper was (net als voor veel anderen, overigens) het eerste publicatie-stapje van Roy in de wereld van de stripbladen. Hij is naast zijn werkzaamheden als grafsch voorbereider druk bezig om zijn naam in de stripwereld te vestigen en aan de steeds maar stijgende kwaliteit van zijn strookjes te zien kan het toch niet lang duren voordat iemand hem eens betaalt om strips te tekenen.

Naast zijn drukke werkzaamheden als hoofdredakteur van de Stripper, ziet de oprichter van de Stripper, Sven van der Hart (1970), ook nog tijd om zijn dagelijkse brood te verdienen. Vorig jaar is tekenwerk van hem verschenen in het Taptoe Vakantieboek en heeft Theo van den Boogaard zijn achtergrondschetsen uitgegumd. Zijn veelzijdigheid is terug te vinden in zijn huidige werkzaamheden als scenarist voor de serie 'Saska' in Tina, als tekenaar voor het fotomaandblad Foto+Doka en als letteraar van o.a het prijswinnend album 'De Stroman' van Etienne Davodeau.

Jasper Haenen (1979) behoort tot de harde kern van de Stripper. Met zijn unieke tekenstijl en zijn ongeremde enthousiasme is deze VWO-scholier sinds lange tijd een vaste waarde van het blad. Ongetwijfeld ook de meest produktieve scenarist van Nederland want hij heeft nog zoveel scenario's klaarliggen dat hij zich in ieder geval de komende twintig jaar niet zal vervelen. Hij is vooral bekend van zijn Inca-serie 'Gueva'.

Toen Steven van Lijnden (1975) voor het eerst in de Stripper verscheen was iedereen zeer enthousiast over de schattige stripjes die hij maakt. Hij heeft er ondertussen al zo veel dat de publicatie ervan in de Stripper niet bij te houden is. Steven is al bezig om alle strookjes te bundelen in een boekje, zodat niemand iets hoeft te missen. Dit zal vermoedelijk in de loop van 1997 verschijnen. Naast het tekenen van 'Igor' richt hij zich op het schrijven van scenario's voor anderen en poogt hij ook zijn verhalen in boekwerk uit gegeven te krijgen. Daarbij heeft hij ook nog eens zijn studeer- en sociale verplichtingen. Kortom een druk baasje die Steven.

Dat er van concurrentie nauwelijks sprake is, bewijst het feit dat de vertaler en Impuls-redakteur Reinder Dijkhuis (1971) (lees SCHAPnieuws nr. 2-1995) ook een passende bijdrage aan de Stripper levert. Zijn humorritische tekenadviezen worden in Nederland alleen in de Stripper geplaatst en dit kenmerkt ook de verhouding tussen de Stripper en het gewaardeerde Impuls. Door elkaar regelmatig op de hoogte te houden van elkaars tekenaars wordt zo goed mogelijk geprobeerd dubbel-publicatie te voorkomen. Reinder is zelf verder wereldberoemd om 'Clwyd Rhan', dat al aan zijn vierde album toe is en zijn leuke serie 'Johan en Linda'. Onlangs is het succes hem echter naar het hoofd gestegen en heeft hij een fanclub opgericht. Hij is reeds onder behandeling.

Rob Derks (1974) was ooit een bemoeizuchtig lid en is mede daardoor uitgegroeid tot redaktielid en vormgever van de Stripper. Hij is een groot liefhebber van Monty Python waarvan hij graag dingen leent voor zijn eigen strips. Helaas is zijn productie het afgelopen jaar niet zo hoog geweest omdat zijn Lerarenopleiding Tekenen in Nijmegen veel tijd van hem opeiste. Maar hij heeft ons beterschap beloofd. Dit nummer van SCHAPnieuws heeft hij zijn productiviteit overtroffen door niet alleen een hele strippagina af te leveren, maar daarnaast ook nog de voorplaat te verzorgen.

De voor Stripper-lezers nu al legendarische 'Monster Interviews' van Kees Gajentaan (1970) laten zien hoe creatief en gestoord een striptekenaar kan zijn. Zijn prachtige monsters, maar ook zijn onzinnige een-pagina grappen zijn origineel en graag gezien in de Stripper. Ook verschijnt zijn werk bij Kinki-Kappers, Rotterdam. Dat Kees zich ook bezighoudt met serieuzere zaken blijkt uit het feit dat hij zich als free-lance architect aanbiedt. De laatste tijd heeft hij het echter vrij druk met werk aan Internet-pagina's. Je kunt zijn strips ook vinden op het web. Surf dus even langs als je in de buurt bent.

Van Heerko Tieleman (1974) vind je helaas maar één plaatje in deze SCHAPnieuws, maar in de Stripper staat regelmatig meer werk. Zoals vele andere Strippers studeert ook Heerko nog, maar timmert daarnaast al aan de weg in Memory Magazine, een blad voor afgestudeerde HBO-ers, en maakt hij losse illlustraties voor divers reclamewerk.

André Massee (1971) is bioloog en maakt heavy strips, maar omdat de Stripper toch een blad is dat voornamelijk gericht is op traditionele en toegankelijke stijlen en een brede lezersgroep heeft van 10 tot 60 jaar, maakte hij speciaal voor het blad de nu geplaatste strookjes.

De tijdelijk in Schotland studerende Michiel van de Vijver (1976) heeft voor de reeds ter ziele gegane Stripkrant enige strookjes getekend, en ging daama vrolijk verder. Hij vond (betaald) onderdak voor zijn werk bij de IJmuider Courant waarin hij nog steeds geplaatst wordt.

Sven Timmerman (1971) lijkt het tekenen makkelijk af te gaan. Ook hier levert de assistent-laborant weer twee pagina's af. Hij is iemand die duidelijk de reacties op zijn werk in de Stripper ter harte heeft genomen en dat is zijn werk zeker ten goede gekomen.

Marijn van den Boom (1978) is nog een jonge tekenaar waarvan nog niet zoveel werk is verschenen. Hij is zich nog volop aan het ontwikkelen en om dat proces te stimuleren zit hij nu op het Grafisch Lyceum in Eindhoven.

Uit het verre Vlissingen komt Gerand de Pagter (1975), een stripfan in hart en nieren. Al zijn tekenende jeugdvrienden werden goedbetaalde kunstenaars, terwijl Gerard al van jongsafaan gedoemd was een miskende striptekenaar te worden. Toch wil de leergierge PABO-student naast zijn drukke bestaan zoveel mogelijk tijd besteden aan het ontwikkelen van zijn tekenkunsten. De wijze reakties en lessen van de Stripper hebben bij hem vooral bijgedragen aan de lekkere lijnvoering en nette lettering.

Wouter Tulp (1979) heeft vorig jaar bekendheid verworven door twee keer achter elkaar in SjoSji's 'Voor de Leeuwen' te zijn gepaatst. Hij maakte zijn debuut in de amateurbladenwereld bij de Stripper en is een enthousiaste tekenaar waar in de toekomst veel van verwacht wordt.

Wie de Stripper zegt zegt ook Albert Voorhorst (jawel: Junior!) (1969). Al vanaf het prille begin is hij erbij en viel vooral op door zijn grafsche, symbolische strips. Waar hij (voorlopig) vanaf is gestapt omdat volgens hem 'niemand het begrijpt'. Deze mooie, uitzonderlijk originele en intellectuele strips zijn platen waar je over na moet denken. Met 'Simon Knalgas' maakte hij het afgelopen jaar een toegankelijkere detective, waarbij hij ook een prachtige soundtrack gecomponeerd en uitgevoerd heeft.

Grafisch vormgever Alex Turk (1975) is een zeer produktief mannetje. Naast het schrijven van grappen voor anderen, tekent hij 'Doezel de Muis' voor de kabelkrant, dat onlangs in boekvorm is verschenen (verkrijgbaar in de stripwinkels). Niet lang daarna kwam hij met het leuke, bescheiden boekje 'Pas op voor Mevrouw de heks'. En alsof het nog niet genoeg is, levert hij ook nog werk aan andere amateurbladen.

Jan-Dirk Barreveld (1974) maakt met deze strip zijn debuut voor de Stripper. Toch kun je hem onbewust al eens eerder hebben gezien, want hij werd in 1994 tweede in de 'Racism beat it' wedstrijd van SjoSji. Een jaar later won hij glansrijk een tekenwedstrijd van het universiteitsblad 'Sum' en werd hij derde bij een contest van onze Zuiderburen. Tegenwoordig houdt hij zich bezig met zo nu en dan een illustratie te maken voor reclamedoeleinden en vreet z'n studie Economie natuurlijk erg veel tijd.

Het eenmalige samenwerkingsverband van broer en zus Koot is een introductie van hun stripfiguren, die binnenkort vaker in de Stripper zullen rondspoken. Terence Koot (1982) is een jonge VWO-er die rond zijn eigen serie 'Wolfsbound' postertjes tekent en schildert en verrast met veelbelovende grafische kwaliteiten. Zus Judy (1976) zegt dat de ruzie in hun strip oversloeg naar de werkelijkheid en dat ze daarom niet denkt nog een keer samen te werken aan een pagina. Haar creatie 'Darian' zal in nummer 26 van de Stripper de voorplaat sieren en zij zal het blad verder een extra kersttintje meegeven. Dat haar tekenambities verder reiken, toont haar intentie om volgend jaar de opleiding Illustratieve Vormgeving te gaan volgen.

Mark Hendriks (1971) behoeft eigenlijk geen introductie. Iemand die veel stripbladen leest kan niet om zijn naam en strips heen. Zijn veelgeprezen 'Tomoyo' zorgde er mede voor dat hij tijdens de Stripdagen in Haarlem dit jaar de prijs voor jong talent in ontvangst mocht nemen. Zo kon hij ook zijn abonnement op de Stripper betalen, wat het startsein was om zijn mooie strips er ook in te gaan plaatsen. Tijdens 'Breda' bleek ook hoe goed hij is met kleur, want zijn live getekende buttons waren razend populair en inderdaad ware kunstwerkjes.

Met Fred de Heij (1960) is het duidelijk dat echt iedereen voor de Stripper kan tekenen, ongeacht hoever ze de support nog nodig hebben. Fred tekent voor Tina de strip 'Fanny' en maakt verder veel reclamewerk. Onlangs is het eerste album 'Don't Panic' van zijn hand verschenen, waarvoor Martijn Leijen de (Nederlandse) tekst schreef, bij uitgeverij NIOP, Maastricht.


© de Stripper (1996)
Henk Schouten / StripSter
01-07-2000