--> index De Stripper  --> inhouds-opgave

De Stripper 18



mei 1995



Gestript

Elke keer weer doemt de gewetensvraag op: moet je nu de werkelijke (soms hard en koud overkomende) kritiek geven en moet je letten en wijzen op de dingen die fout gaan, met het risico van een gedesillusioneerde tekenaar die de potloden misschien aan de wilgen hangt. Of moet je schijnheilig "ja" zeggen en "neen" denken? Het resultaat daarvan is een auteur die al op jonge leeftijd naast zijn schoenen loopt. Maar een strip is zelden perfekt en dat hoeft ook niet altijd het doel te zijn. Het belangrijkste is de lol die aan het maken, maar vooral het tonen wordt beleefd. Om dat tonen op een eerlijke wijze te beoordelen, pakt de Stripper jullie brieven met kritieken uit zijn postvakje en maakt de balans op van de nieuwe strips die je in nummer 17 hebt kunnen lezen.

In SjoSji 11 van dit jaar presenteerden Sanne Wijbenga en Erik Borst pagina 1 van hun strip 'Wildstyle'. Maar deze pagina was voor lezers van de Stripper allang bekend, want die had men al gelezen in de vorige Stripper. Omdat Eric Heuvel, die deze strip in SjoSji beoordeelde, natuurlijk niet zoveel indruk maakt met zijn commentaar als de lezers van de Stripper dat doen, laten we laatstgenoemden ook op 'Wildstyle' los. "De skyline op het eerste plaatje is heel goed gelukt," oordeelt een lezer veelbelovend, "maar de rest vind ik minder. Alle hoofden hebben dezelfde vorm en verschillen zijn er alleen door hoofddeksels, haar en brillen.". De (hoofd)figuren zijn, misschien juist daardoor, altijd gelijkend en consequent getekend, iets dat welzeker een compliment verdient. Het mooiste is zonder twijfel het gebruik van 'vaktaal', wat nooit overdreven gebruikt is en de strip realiteitszin meegeeft. Het dramatische verhaal doet ook de vraag oprijzen: Based on a true story? De eindpagina is een soort eerbetoon op groot formaat, maar de verhouding van het aantal hokjes op pagina 2 en 3 is dubieus. De hoeveelheid hokjes op pagina 2 geeft wel snelheid aan het verhaal maar kan ook als 'druk' gezien worden. En blijft er niet te veel ruimte over voor het eerbetoon? Maar wie zegt hoe het moet? Niets moet en alles mag. Let ook eens op de balloons. Dit is het keurige voorbeeld van het gebruik van plastic mallen.

Zonder twijfel is in mevrouw en 'Dick Anaal' het bekende Duo Bob en Annie de Rooy, naar een creatie van Paul de Leeuw, herkenbaar. "De karikaturen lijken als eerste verbazingwekkend goed.", riep een lezer die wel gelijk toevoegde: "Sven Timmerman had beter gewoon de naam Bob de Rooy aan kunnen houden.". Dat Sven een cabaretliefhebber is blijkt ook door de ontdekking van diezelfde lezer: "De tweede grap is wel erg duidelijk gejat van Jack Spijkerman.". Het lijkt me dan ook niet meer dan eerlijk dat elke tekenaar het erbij vermeldt als de grap van een ander is. Het slagen van de grap is er in dit geval niet minder om. In deze stroken zijn de koppen helaas weinig gevarieerd en teveel 'gekopieerd'. "Weinig gezichtsuitdrukkingen.", mocht ik doorgeven. Hoewel de tekeningen uitstekend verzorgd zijn en ook de lijnvoering geen reden tot klagen geeft, is de expressie iets om (meer) aandacht aan te besteden.

De met veel tamtam gepresenteerde strip 'Simon Knalgas' van onze grote vriend Albert Voorhorst (u weet wel: Junior!), maakt wel enige kritische pennen los: "De houdingen zijn allemaal vrij stijf." en "Albert Voorhorst (Junior! -red.) heeft ook een hele rare manier van hoofden tekenen.". Over dit laatste kan ik zeggen dat dat een veel gelezen opmerking is. De figuren zijn elke keer wel goed herkenbaar, maar het lijkt alsof er geen gebruik is gemaakt van basisvormen, in dit geval toch wel adviseerbaar. Ook enige documentatie in de spiegel is misschien een oplossing. Hoezeer er ook kritiek is, hij heeft een eigen stijl waarbij invloeden (en dit is een applaus waard) niet te vinden/zien zijn. Het verhaal en de vertelwijze krijgt tot nu toe van de lezers een hoge waardering en let ook eens op de kleine details: vergelijk hardop de titel van het verhaal en de poster op het laatste plaatje...

'Koos Kleurdoos' is ook al zo'n strip van een tekenaar die voor de leeuwen is gegooid in SjoSji. Natuurlijk was het niet deze pagina die Gerard de Pagter heeft opgestuurd. Speciaal voor de Stripper maakte hij dit (niet autobiografische) verhaal. Want de Stripper-redaktie is allereerst niet zo subtiel (zij schoppen mindere tekenaars gewoon bruut de deur uit) en zien zij er absoluut niet zo uit. Het redaktielid met het sikje en staart lijkt eerder op gewaardeerd collega van stripblad Impuls en lezer van de Stripper Reinder Dijkhuis. Hopelijk heeft Gerard in Breda niet voor de verkeerde kraam gestaan. Hoe de redaktie van de Stripper er echt uitziet, kun je zoals gewoonlijk dit jaar weer in Breda gaan zien (21 en 22 oktober a.s. -red.). De kritiek die hij in SjoSji kreeg van Hanco Kolk leek mij eerlijk gezegd beoordeeld op iemand van een jongere leeftijd dan 20. Dus volgend de echte kritiek. Enige verwantschap met Pim wordt hem verweten, maar dat is onmogelijk, daar Gerard die nooit gezien heeft. De enige verwantschap die we hem kunnen aanrekenen is de overeenkomst met de cartoon van Roy Spraakman in Stripper 16, maar ook dat is puur toeval. "Voor de rest is het wel een goede strip die goed levendig is getekend.", draaide een lezer op z'n lezerprinter uit. De strip is expressief, geinig, maar nogmaals, doet helaas de gedachten het idee geven dat hier een jongere tekenaar aan het werk is geweest. Dit kan mede veroorzaakt worden door het gebruik van een stijve pen en niet van penseel, kroontjespen o.i.d. De speelse lijn ontbreekt hier. Maar uit betrouwbare bron hebben we vernomen dat Gerard al op zoek is naar ander tekenmateriaal (Notabene: in de volgende Stripper kun je meer lezen over materiaalgebruik!). Helaas voor hem woont hij in een grafisch nog onderontwikkeld gebied.

Voor de achttiende maal wordt dit blad weer afgesloten. Als grote verrassing kan ik melden dat de Stripper binnenkort in SjoSji wordt behandeld in een artikel over amateurstripbladen in Nederland. Ik ben zo blij dat er zoveel bekendheid van mijn blad en zoveel belangstelling is, dat ik ervan ga blozen. Als dit blad enig kleur had, dan was het nu wel knalrood, en als ik op die manier een kleurtje aan de Stripper kon geven, dan zou ik full-color blozen. Het mooie weer komt er weer aan, dus neem je tekentafel de tuin in, het balkon op en maak weer eens van die mooie plaatjes. Vergeet niet dat jij ook weer je recensies op dit nummer kunt insturen, maar pas op dat je in je enthousiasme niet te lang in de zon blijft zitten. Want als je dan net zo rood wordt als ik nu ben, dan moet je snel naar Brandwondencentrum Beverwijk!

Met trots,
* de Stripper


© de Stripper (1995)
Henk Schouten / StripSter
01-07-2000