--> index De Stripper  --> inhouds-opgave

De Stripper 16



januari 1995



Gestript

De sneeuw op de voorkant van nummer 15 van de Stripper was erg voorbarig, maar pas een dag nadat de geldigheid van die editie was verlopen, 1 januari 1995, werden we wel door de hemelgoden bediend met prima plaksneeuw. Leuk, zo'n Stripper-sneeuwpop maken. Maar laten we gauw die winterse kou laten voor wat het is en kom gezellig bij de Stripper, die weer eens terugblikt op wat heet een bomvolle uitgave met talenten.

Graficus Albert Voorhorst (Junior!) nam met de voorpagina en een strook van 'Me Pa & Ik' een voorname plaats in in de Stripper. Al eerder verraste hij de lezers met originele pagina's, waarbij grafische hoogstandjes ten toon werden gespreid, maar hier slaat hij een duidelijk traditionele weg in. Concentreren we ons op zijn stripje, dan bespeur ik toch teleurgestelde Strippers. Een ervan "dacht dat de tekenaar meer in huis had, gezien zijn grafisch zeer fraaie strip uit Stripper 14 (...) Ik vind de zoon meer op een vader lijken en de vader op een knul van zestien met zo'n baseballjack". Onder de lezers zitten experts, want deze tip is inderdaad logisch, maar je moet er maar aan denken: "Een altaartje/kruis op het tweede plaatje zou bijvoorbeeld duidelijker maken dat pa aan het bidden is". De indruk ontstaat dat deze strook, tekentechnisch gezien, niet de gelijke aandacht heeft gekregen die zijn eerdere pagina's wel hadden.

Een hele andere sfeer geeft Dennis Lejeune met 'Kinderdromen' aan de Stripper. Prachtige titel! Via Breda is hij bij ons terecht gekomen met deze strip, waarvan je in dit nummer de verrassende ontknoping vindt. De sfeer die het verhaal uitstraalt is in ieder geval heel eigen en er wordt goed gewisseld van camerastandpunt. Maar... (op 'maar' kun je in deze rubriek wachten!) ondanks dat het goed streven naar zoiets moeilijks als realistisch werk wordt gewaardeerd, gaan er toch enkele dingen fout. "Dennis moet niet proberen elke plooi te willen tekenen. Een paar karakteristieke plooien op de juiste plaats is voldoende". Deze mening werd door de collega-Strippers gedeeld en is het obstakel van deze strip. Het is erg plat en mist een meer 'vollere' inkting, speelser laten we zeggen. De indruk is een beetje dat de strip XIII naast de tekenaar heeft gelegen (vgl. paginanummering, lijnvoering). De auteur wordt ook een gebrek aan gezichtsexpressie van de personages verweten. "Door overdrijving kan dat verholpen worden", aldus een lezer. Maar leent een realistische strip zich voor overdrijvingen? Als er maar geen TE voor staat dan. Ik las ook de opmerking dat de cast akteert alsof ze zo uit GTST komen wandelen, met overdreven handgebaren. Deze grappige vergelijking wilde ik jullie niet onthouden, maar het lijkt me juist de goede vorm van overdrijvingen, nietwaar? Ondanks deze 'gebreken' is het een prettige strip om te lezen. Er zit zeker iets in de dop en ik ben benieuwd naar de vorderingen van deze tekenaar.

"In 'De Vertegenwoordiger' staan doorsnee strip-poppetjes en wordt er een oude grap verteld, maar door de manier van vertellen wordt het geheel een erg leuke en originele strip", mocht ik doorgeven. Er wordt leuk gebruik gemaakt van de kaders en komen sommige strips om in de tekst en wordt dit vaak als storend gezien, als het ergens funktioneel is, dan is dat wel in deze story. Het raadselachtige achter Aap1 blijft raadselachtig. De oorsprong van dit pseudoniem gaat ver terug, maar heeft niets van doen met het eerste deel van Kafka's trilogie 'Aap'. Er ontstaat bij een lezer enige opschudding over de keuze van het gebruik van die naam, want "als je een pseudoniem kiest, kies dan een goeie". Misschien kan Aap1 in stripvorm de oorsprong van deze benaming openbaar maken.

Ik ben er trots op hem als enthousiaste vormgever van de Stripper te hebben. Alhoewel hij toch even zijn gezicht moest laten zien in Zone 5300 (het is je vergeven), weet hij elke keer weer iets nieuws aan dit blad toe te voegen. Niet alleen de redaktie is positief, getuige de ingezonden fanmail: "Rob Derks is de koning der gebaren-tekenaars. Zijn figuren akteren echt fantastisch! Wat een geluk dat Martin Lodewijk zijn vervoelde evenbeeld niet voor ons verborgen heeft weten te houden!". De transfersom voor Rob is overigens voor niemand te betalen.

De laatste strip die ik behandel in deze editie van Gestript is 'F.C. Paniek'. Door velen wordt de strip gezien als kloon van 'F.C. Knudde' en deze indruk zal niet in de laatste plaats door de gegeven naam komen. Het zal Ronald Faber misschien een worst wezen wat het publiek ervan vindt, want het verkoopt wel! Ik was erg verrast dat de Strippers niet warm kunnen lopen voor deze strip, want alleen de poppetjes al moeten uw eigen Stripper zo doen lachen, dat men hem bij elkaar kan vegen. Vooral dat mannetje op de achtergrond is erg komisch. Toch doet het, behalve met 'F.C. Knudde', ook denken aan de sportstrips van Mondria Uitgeverij. Over de tekeningen kunnen we kort zijn, want die zijn perfect, maar het blijkt dat de humor (let wel: van deze eerste pagina) niet door iedereen gevat wordt.

Oei, oei, oei, wat een veelvoud van sombere kritiek allemaal. Ga nu allemaal niet met een touw om je nek met aan het uiteinde een zware steen naar de Rijn, want die is sterk vervuild. Doe wat met die woorden en laat zien dat je het nog beter kan. Een mens is nooit te oud om te leren (bh, wat klinkt dat oubollig). De Strippers die mij een nieuwjaarskaartje stuurden wil ik erg bedanken. Het is emotioneel om te zien hoeveel liefde men heeft voor het vak (snik). Welnu, laten we dit sentimentele moment waardig afsluiten en overtuigd van de talenten die dit blad plezierig maken, met de hoofden omhoog, uitkijken naar en werken aan een nieuwe uitgave van de Stripper en hopen dat de tekengoden (en opdrachtgevers) ons de komende maanden weer goed gezind zijn.

Met trots,
* de Stripper

P.S. Iedereen die Dirk S. niet kent (zie Stripper 15), moet de colofon van de SjoSji eens nader bestuderen.


© de Stripper (1994)
Henk Schouten / StripSter
01-07-2000